Hoewel vele Nederlandse vertalingen het woord als Zebulon schrijven en het spreekgebruik het woord als Zébulon kent, heb Ik mij In dit boekje zo dicht mogelijk aan de Hebreeuwse schrijfwijze Zévulun of Zebúlun (uitspraak: Zeboeloen) gehouden.
In het eerste boek van de Bijbel, Genesis 30:20, lezen we het bericht van zijn geboorte. Zebulun is de jongste zoon uit het huwelijk van de patriarch Jacob met de matriarch Lea. Hij is haar zesde zoon. Zijn oudere broers zijn Ruben, Simeon, Levi, Juda en Issaschar.
Als jongste van zes jongens zal hij een ferme opvoeding genoten hebben in dit prinselijk gezin. Zij waren van hoge geboorte als Abraham's achterkleinkinderen en leefden als vorsten tezamen met hun halfbroers, de zonen van Jacob's bijvrouwen, met name Aser, Dan, Gad en Naphtali. Deze halfbroers hadden niet zulke uitgesproken karakters als de kinderen van Lea en Rachel. Jacob's liefde ging uit naar Lea's jongere zuster Rachel. Hij was beetgenomen door hun vader, Jacob's oom Laban, die hem in de huwelijksnacht ongezien Lea in zijn tent gaf in plaats van Rachel. Bij Zebulun's geboorte was Rachel nog kinderloos, alhoewel Jozef spoedig na Zebulun geboren zou worden. De zacht-ogige Lea was door Jacob niet tot zijn gezellin verkozen. Toch hoopte zij nog steeds dat Jacob uiteindelijk bij haar zou komen "wonen". In deze gemoedsstemming werd haar de naam voor hun zesde zoon ingegeven:
Gen.30:20: "God heeft mij een schoon geschenk gegeven, ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik hem zee zonen gebaard heb; en zij gaf hem de naam ZEBULUN."
Deze werkwoordsvorm van Zebulun betekent letterlijk in het Hebreeuws: omheinen, inpalen, en dan bewonen. Vandaar dat Zebulun kan betekenen omheinde plek, of ons begrip beveiligd erf, en dan ook woning of opgeheven worden.
Zebulun is samengesteld uit drie Hebreeuwse medeklinkers (oorspronkelijk zijn er geen klinkers in deze taal):
- Z - Zaïn betekent omhoog brengen, opvijzelen en dan ook harpoen of enterhaak (dat is dus het middel waarmee iets op een ander niveau wordt gebracht).
- B - Beïth is woning, thuis, of ons typische Hollandse woord binnenhuis als een behoedende bescherming tegenover de buitenwereld rondom.
- L - Lamed betekent beweging vooral in de zin van aandrijven (van een dier) of in gang zetten door een kracht, een impuls.
Hoewel Lea deze naam koos om Jacob bij haar thuis te roepen, bleef déze wens onvervuld. Zebulun werd haar laatste zoon. Toch werd Jacob in een andere betekenis naar huis teruggeroepen nadat zijn zoon "Zebulun-Tehuis" was geboren, want daarna was Jacob's "tijd van benauwdheid" voorbij:
Rachel werd zwanger en schonk hem een zoon genaamd Jozef, (dat betekent "vruchtdragende tak") die bestemd was om Pharao's rechterhand in Egypte te worden. Snel na diens geboorte vlood Jacob van Laban en vluchtte weg met zijn huisgezinnen en veestapel (Genesis 31).
Vlak voor het beloofde thuisland Kanaän vecht hij met een engel, wordt hij gezegend en krijgt hij een nieuwe
naam: Israël, wat betekent "als prins regerend met God is Uw kracht" (er zijn meerdere vertalingen, die andere
niveaus aangeven. Dit valt buiten ons onderwerp).
Dit alles gebeurde toen Zebulun en Jozef beneden de zeven jaar waren (Jacob leefde van 1832-1685 voor onze jaartelling en Jozef van 1741-1631). Het is welbekend, dat ervaringen opgedaan gedurende de eerste zeven jaren een onuitwisbare indruk maken op iemands verdere volwassen leven.
Alhoewel de Bijbel het ons niet vertelt, kunnen we toch wel aannemen, dat het een diepe en blijvende indruk op deze jongste zonen (Benjamin was nog niet geboren) maakte toen hun vader van de ene nacht op de andere een verlamde heup kreeg èn zijn naam -dus ook de hunne- veranderde in Israël!
Hun reactie zal ongetwijfeld anders zijn geweest dan die van hun oudste broer Ruben, die toen al een opgeschoten knaap was en het met een van de vrouwen van zijn vader had gehouden!
In "De Testamenten van de Twaalf Patriarchen" wordt een heel aannemelijk verhaal verteld over Zebulun en Jozef, waarin hun hechte vriendschap wordt aangetoond: Wanneer de Patriarch Zebulun op zijn doodsbed ligt, vertelt hij zijn zonen hoe Jozef aan zijn broeders verkocht werd. Nadat hij heeft opgehaald hoe zijn oudere broers van plan waren Jozef te doden, merkt hij op hoe hij als enige tot tranen toe voor het leven van zijn broer Jozef pleitte en hoe zijn hart bonsde en zijn knieën knikten.
"En toen Jozef zag dat ik met hem meehuilde en hoe ze op hem afkwamen om hem af te slachten, toen verschuilde hij zich smekend om genade achter mij".
De broers verkochten Jozef aan de Ismaëlieten, maar Zebulun verzekerde zijn zonen zijn onschuld: "In zijn prijs had ik geen aandeel, mijn kinderen!" Immers, toen hij zat te wenen omdat ze Jozef in de put hadden gesmeten, hadden ze hem maar als bewaker aangesteld, zodat Zebulun samen met Jozef had zitten praten en huilen.
"Ik ben mij er niet van bewust in al mijn dagen ooit een zonde begaan te hebben behalve in gedachten, zelfs herinner ik me niet ooit iets misdaan te hebben behalve de zonde van het verzwijgen, die ik tegenover Jozef beging, want ik kwam met mijn broers overeen, dat ik mijn vader niet zou vertellen wat er gebeurd was".
Nemen we nu voor een ogenblik aan, dat Nederland gelijkgesteld kan worden met Zebulun en Groot-Brittannië met Jozef (wiens kinderen Ephraïm en Manasse het symbool zijn van Engeland en de Verenigde Staten), dan hoeft U maar een blik te slaan in de geschiedenis van deze beide volkeren van de Romeinse tijd af, om te bemerken, dat ze er fundamenteel eender uit zien, een zelfde taal spreken, een eendere kijk op het leven hebben, voor dezelfde zaken belangstelling tonen en bovendien veelal dezelfde vijanden hebben, ook al werden onze Bataafse voorouders ingezet door de Romeinen om Britannica te bewaken. De gemiddelde Brit weet dan ook beter dan wij, dat de zgn. Romeinse bezettingslegers grotendeels uit Bataven en Friezen bestonden, hetgeen de reden zou zijn geweest waarom het verzet van "Albion" tegen "de Romeinen" betrekkelijk gering is geweest (Ziet U de parallel met Zebulun's aanstelling als bewaker?!). Ja, dezelfde belangen, ook al vochten de Engelsen en de Hollanders een paar broederoorlogen ter zee uit; ja zelfs al was er de Boerenoorlog, in Zuid-Afrika, die een diepe snee in de vriendschapsband kerfde. Desondanks bestaat er in vergelijking met hetgeen andere volkeren elkaar aandeden een even nauwe verwantschap als tussen Zebulun en Jozef. Voor de toekomst mogen we ons ongetwijfeld de woorden in herinnering brengen, die Koningin Elizabeth I in de 16e eeuw uitsprak ten aanzien van Engeland en de Nederlanden: "De een kan niet buiten de ander".
Vanuit de Bijbel weten we heel weinig over de mens Zebulun. In tegenstelling tot zijn broeders deed hij niets in het oog lopends.
De theoloog Prof. Dr. A. van Selms (Hoogleraar in Pretoria, Z.A.) schreef een boek
"Levend Verleden" (Callenbach, Nijkerk, 1966), dat uitsluitend gaat over Zebulun.
Hij maakte een speciale reis naar Israël om alle historische plekjes en landstreken te beschrijven, die betrekking hebben op Zebulun.
Dit is een opmerkelijke studie van onze geëmigreerde landgenoot en hoewel hij nergens zinspeelt op een
mogelijke identiteit tussen Zebulun en Holland, geeft hij bij uitstek voedsel aan onze
gedachtegang. De bestudering van dit boek zij U van harte aanbevolen!
Van Selms onderstreept het feit, dat in tegenstelling tot zijn broeders "van
Zebulon geen kwaad, noch in de Bijbel, noch in deze tegenwoordige tijd" (pag.7) gezegd kan worden. Hij maakt de woordspeling
"van prins Zebu/on geen kwaad".
Van de prins geen kwaad wetend, vergelijkt Van Selms Zebulun met Ruben's schanddaad, met Simeon's en Levi's moord en bedrog, met Juda's "chronique scandaleuse". (Hieraan kan nog worden toegevoegd de in de Bijbel genoemde dronkenschap van Ephraim, Manasse's aanbidding van afgodsbeelden, Dan die dorpen te vuur en te zwaard uitmoordde, Aser en Naphtali die de voorkeur gaven aan het huizen temidden van de gedegenereerde Kanaänieten). Alleen over Issaschar en Zebulun wordt niets verkeerd vermeld. Toen de zestigjarige Van Selms, dertig kilometer per dag gaande, zich dat op zijn voettocht door het huidige Israël realiseerde, schrijft hij, "werd ik gedragen door mijn vreugde en geduriglijk zong ik het in mijn hart: van Zebulon geen kwaad, noch in de Bijbel, noch in de tegenwoordige tijd". Hij meent dan dat hij de eerste is, die dit ontdekt heeft, tot hij op het minstens 2000 jaar oude apocriefe Joodse geschrift "De Testamenten van de Twaalf Patriarchen" stuit, waarin de slotsom van Zebulun's levenswandel reeds was opgetekend.
Is het niet wonderbaarlijk, dat deze Nederlandse protestantse theoloog zo intens gelukkig was met deze ontdekking, zodat zijn hart begon te zingen? Waarom koos hij Zebulun uit alle twaalf patriarchen om een boek over te schrijven? Puur toeval? Onbewuste intuïtie, dat wij Hollanders wellicht enige verwantschap met deze "door en door fatsoenlijke" stam van Zebulun kunnen hebben? Of is hij zonder het zich bewust te zijn een "blinde" getuige van het ingeschapen zijn in hemzelf van een Zebulunistische kern? Is hij als voorganger een Zebuloniet?! Of is het slechts een wonderlijke parallel, dat een Professor in de theologie in Zuid-Afrika van Hollandse afkomst als eerste en enige tot nu toe een studie schreef over Prins Zebulun en zijn voormalig grondgebied?
In ieder geval onderstreept hij het feit dat Zebulun "een nette vent" was, een fatsoenlijk man, de meest vreedzame patriarch, boordevol medelijden, en dat zijn stam de gelukkigste was van alle twaalf. Tot zover Van Selms.
Wat kan er door de eeuwen heen over ons gezegd worden?
In vergelijking met andere wereldmachten hebben wij bijna altijd een vredelievende
rol gespeeld. Is het toeval dat ons land werd aangewezen als Internationaal Gerechtshof, het Vredespaleis in Den Haag?
Hoewel we bepaald geen volk van halfzachte Jan Salie's zijn geweest, mogen we niet uit het oog verliezen, dat onze geschiedenis alleen maar verdedigings-oorlogen kent. (De opstand in Atjéh en de politionele actie in Indonesië waren nauwelijks aanvals-oorlogen te noemen). Onze voorouders sloegen de invallers terug en vaak hard ook: de Romeinen bij de Bataafse opstand onder Claudius Civilis, deVikingen door de Friezen, de Spanjaarden in de 80-jarige oorlog; tegen de Franse overheersing in de Napoleontische tijd was er vooral lijdelijk verzet, om maar niet te spreken van dit laatste bij de Duitse bezetting, terwijl het tevens bekend geworden is, dat de Nederlanders harder gevochten hebben tegen de Duitse invasie in de Meidagen van 1940 dan velen in ons land voor mogelijk hielden. De Nederlander onderschat vaak zelf de kracht van onze taaie onverzettelijkheid wanneer ons vrije doen en laten wordt aangetast. Tegen die Hollandse dijk-mentaliteit is al menig vijand gedemoraliseerd afgeslagen.
Vaak heeft ons land als een bufferstaat gediend, zeker niet in de laatste plaats om agressie's van andere natie's tegen Brittannië in onze rug af te slaan. Soms met weinig zichtbaar resultaat, zoals in de nacht dat Zebulun bij Jozef in de put de wacht hield. Toen werd er ook geweend, gebeefd, met kloppend hart gewacht en met knikkende knieën stand gehouden als bescherming tegenover broedermoord. Zijn het ook nu in de E.E.G. niet weer de Nederlanders, die het voor John Bull opnemen?
Toch is het karakter van de gemiddelde bewoner van de Lage Landen nooit vechtlustig geweest, afgezien van de individuele uitschieters van Hollanders in de Oost en de West, waar zonder pardon werd meegedaan aan het versjacheren van slaven en het verkwanselen van de rechten en levens van inheemsen. Toch zijn ook buiten ons land over
het algemeen onze voorouders de vreedzaamste kolonisten geweest van alle westerlingen.
In vergelijking met anderen worden wij terecht gekarakteriseerd als een vredelievend volk met inwoners, bekend om hun
properheid en de spreekwoordelijke netheid van onze behuizingen.
Het handschrift uit de Joodse overlevering in de laatste eeuw voor onze jaartelling, "De Testamenten der Twaalf Patriarchen", geeft een opsomming van Zebulun's geestelijk legaat aan zijn kinderen:
De bejaarde Patriarch profeteert over zijn nageslacht: Zij zullen verdeeld zijn in Israël, zij zullen twee koningen volgen, en zij zullen verfoeilijke dingen doen en hun vijanden zullen hen dan gevankelijk wegvoeren.., na deze gebeurtenissen zullen zij zich de Heer weer in herinnering brengen en berouw hebben.., maar weer zullen zij Zijn toorn opwekken, en zij zullen schipbreuk lijden (Hij zal hen doen stranden!) tot aan de tijd der voleinding.
Zou hier iets van een droeve parallel in kunnen zitten met onze eigen geschiedenis? Denken we bijvoorbeeld
aan de scheiding tussen de Noordelijke- en de Zuidelijke Nederlanden in de 80-jarige oorlog en in 1830.
En is ons land niet berucht om zijn verdeling in politieke- en kerkelijke stromingen, die vaak uitlopen op het tegendeel van
"eendracht maakt macht"? Hoe vaak is her Schip van Staat al gestrand?
Is deze symbolische taal, die voor bet beleid van
ons land gebruikt wordt geen wonderlijke parallel met de voorzeggingen van de Patriarch Zebulun?
Zijn laatste woorden tot zijn zoons, voordat hij in de doodsslaap valt, op de hoge leeftijd van 114 jaar, zijn
bemoedigend:
"Want ik zal weer opstaan temidden van jullie, als een bewindvoerder (Engels: ruler) temidden van zijn zonen; en ik zal mij verheugen temidden van mijn
stam met aldiegenen, die de wet des Heren houden en de bevelen (commandments) van hun vader Zebulun. Doch op de goddelozen zal de Heer (eeuwig) vuur zenden en hen tot in alle geslachten
vernietigen'. (De volledige tekst van De Testamenten der twaalf Patriarchen is oorspronkelijk in het Hebreeuws en werd voor zover mij bekend alleen in bet Engels vertaald in een uitgave van de Society of Promoting Christian Knowledge, London, le ed. 1917.)
Behalve in dit Testament en in de Bijbel is er niet veel bekend over Zebulun. In overleveringsgeschiedenissen vindt men vrijwel dezelfde verhalen of grondgedachten. Laten we daarom tot het Boek terugkeren en nagaan of de daarin opgetekende zegeningen voor Zebulun de these van een wondere parallel tussen Zebulun en Nederland verder ondersteunen.
Met opzet wordt in dit boekje niet dieper ingegaan op Zebulun in vergeiijking met andere stammen.
Dit is een studie op zichzelf. Van Engelse zijde werd onlangs de "oudere-broeder-positie' van Nederland uitgelegd als een teken dat Nederland dan Manasse zou zijn, als Engeland
Ephraïm is. Terwijl de argumentatie niet onbelangrijk is, maakt men hier een denkfout, daar Zebulun de oudere broeder van Jozef is.
Ook de nauwe verwantschap tussen de oudere Issaschar en Zebulun is interessant, vooral als men weet, dat er o.a. door J. A. F. Morzer Bruyns een parallel getrokken wordt tussen Issaschar en de Oost- en West-Friezen. Dit onderwerp is inmiddels door mijzelf en anderen in studie genomen.