Hoewel vele Nederlandse vertalingen het woord als Zebulon schrijven en het spreekgebruik het woord als Zébulon kent, heb Ik mij In dit boekje zo dicht mogelijk aan de Hebreeuwse schrijfwijze Zévulun of Zebúlun (uitspraak: Zeboeloen) gehouden.
In de eerste drie afbeeldingen is reeds gewezen op de molen, die een wondere parallel met de letters ZBL geven. In het Hebreeuwse woord zijn echter ook een aantal innerlijke betekenissen, die een ieder zelf zou kunnen nagaan, en waarvan ik U er een paar geef:
In een woordenboek of concordantie zult U vinden dat het woord Zebulun betekent woning, habitatie, omheining. De Hebreeuwse tekst kan echter op verschillende niveaus vertaald en verstaan worden. Er bestaat een geestelijke betekenis, een spirituele, maar ook een voor het uiterlijk oog onzichtbaar innerlijk niveau (dat echter even werkelijk is op dat plan), daarnaast een betekenis die meer onbewuste gevoelslagen aanspreekt, en dan nog een historisch gevormde. Vier niveaus zijn er minstens van ieder woord. Dan is er nog de tegenwereld van dat woord, ofwel de negatie of de tegenovergestelde betekenis. Van elk Hebreeuws woord is de omkering van de kern-betekenis mogelijk. Dat laatste gebeurt als het hoog geestelijk niveau en de andere hogere lagen niet als richtsnoer voor het leven dienen.
Ieder Hebreeuws woord is in zichzelf reeds een grandioze schepping en het tot leven wekken in onszelf van deze innerlijke waarden van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst gaat ons verstand nog verre te boven. Een diepgaande studie van het Hebreeuws is een eerste vereiste om een andere mentaliteit tegenover de Bijbel te gaan vinden. Velen in ons land zitten voorlopig nog in de fase van het zich alleen maar afzetten tegenover verouderde kerkelijke zienswijzen, waarbij ze dan het kind, de ongelezen Bijbel, met het badwater weggooien. In het moderne westen hebben we toch al de innerlijke betekenis van het woord verloren door haast en niet-luisteren, laat staan dat we ons de diepere samenhang van en in woorden her-inneren! (Herbeluister eens het woord inneren!). Ieder woord moet tegenwoordig slechts duidelijke informatie geven zonder kans op meervoudige uitleg, opdat de computers het makkelijk verwerken. Het oud-Hebreeuws (niet het modern Ivrit) kent maar 800 stammen van woorden, maar de betekenis van die woorden op de verschillende niveaus en in hun onderling verband is alles omvattend. Wie hier meer van wil weten leze "De Bijbel als Schepping" van F. Weinreb (Servire, Wassenaar) en andere buitenlandse bronnen.
Helaas zijn er vaak ook in ons land theologische oorlogen gevoerd over de vertaling van één Bijbel-begrip. Veelal ging het om vertalingen op verschillende niveaus, die beiden waar kunnen zijn op hun niveau, doch als woorden op verschillende niveaus door elkaar gebruikt en verward worden, dan komen vertalers nogal eens tot schijnbare tegenspraken. Iedere goede Bijbelvertaling vult de andere aan. Het is meestal niet of-of, maar en-en.
In de komende decennia waarin naast de vertechnificeerde computertaal, en als reactie daarop, de innerlijke en symbolische waarde van het woord weer zal worden herontdekt, zal men ook de verschillende betekenis-lagen van de Bijbel-woorden weer opnieuw gaan leren samenvoegen. Die patronen zullen dan sleutels tot problemen geven. Spelen met woorden en hun dubbele zin kunnen tegenwoordig meestal alleen de aphorist, de dichter en de humorist nog. Het puntdicht of de limerick zijn afgezwakte vormen van hetgeen het Hebreeuws constant doet: in één woord kan een hele geschiedenis verborgen liggen. In het woord Zebulun ligt bijvoorbeeld de hele huwelijksverhouding tussen zijn ouders verborgen!
In dit boekje wordt een eerste poging gewaagd om aan te tonen wat er nog meer in het woord Zebulun verborgen kan liggen. De vertalingen uit het Hebreeuws, die ik u zal noemen, hebben niet met "hinein-interpretieren" te maken. U kunt ze zelf ook opzoeken en wellicht nog andere facetten terugvinden, die nog diepere zinslagen aanraken. Ik wil U alleen wijzen op een enkele wondere parallel opgediept uit de schat van het Hebreeuws.
Neem het woord Zebulun in de betekenis van woon-cultuur of van verheffing. Prof. Van Selms in zijn boek Levend Verleden (pag.12) schrijft, dat de woordstam "opheffen" in het Hebreeuws "ons plotseling aan de oudste vaderlandse geschiedenis laat denken. Herinnert ge U nog, dat Brinio op een schild staande opgeheven werd? Daarmee was hij tot aanvoeder en vorst geproclameerd. De "opgehevene" is een vorst, en dat is de oorsprong van de naam Zebul". Tot zover Van Selms.
Deze gewoonte in de Lage Landen, die nog een uitloper vond in het op het balkon verschijnen en daar omhoog heffen voor het volk van de pas geboren oranjetelg, is een merkwaardige parallel in onze geschiedenis met Zebulun's naam. Koning Willem III sprak in dit verband ongeweten, gedenkwaardige woorden bij het openen der Kamers op 20 september 1883 kort na de geboorte van de latere Koningin Wilhelmina. Hij zei: "De geboorte van ene prinses heeft het geluk van mijn huis verhoogd."
Prof. van Selms verder volgend, legt hij uit hoe het woord "Zebul" voor woning de omkering van de goede betekenis in zich heeft in de duivelnaam Beëlzebul, hetgeen letterlijk betekent: Heer van de Woning, die als aanbrenger van vuil en vliegen tot de God der vliegen werd (Volgens de Companion Bible is Beëlzebul Aramees. Beëlzebub betekent: "Heer der vliegen (2Kon.1,2) en was de god der Ekronieten. De Israëlieten veranderden de naam als symbolische toespeling in Baälzebul, "Heer van de kerker of huishouding", hetgeen later gebruikt werd in de betekenis van de vorst der demonen) en het algemeen symbool voor de duivel (Mattheus 10:25; 12:24-28).
Volgens Van Selms kan het woord Zebulun in Ugarit ook betekenen "ziekte" en werd het als zodanig door Jezus gebruikt bij het genezen der bezetenen. Hij drijft Beëlzebul uit, die de oorzaak was van de ziekte. (Mattheus 12). Zelf geloof ik, dat hier de kern ligt voor wie zich persoonlijk wil identificeren met Zebulun. Jezus verschijnt hier in de rol van een modern dieptepsycholoog, die eerst de innerlijke woning van de mens reinigt en de walgelijke smeerboel eruit gooit, voordat het gezonde en gezonden licht erin kan wonen. Uit dit individuele vernieuwd Zebulun-zijn komt al het uiterlijke voort.
Het is allerminst de bedoeling om met het aantonen van deze vreemde parallel tussen een deel van ons volk en Zebulun onszelf te verheffen! Als het waar is, dan worden we opgeheven, eruit getild. Hoe en wanneer? Individueel en nationaal gaat het er eerst om wie binnentreedt als Heer van het Huis. Is het de veroorzaker van ziekte, lucht- en waterverontreiniging, de aanbrenger van een verslonsde moraal, die dan "nieuw" heet; wie wordt binnenskamers genood? Wie is de Heer des Huizes, aan wie ontleent hij zijn gezag? Welk beeld geeft de muur van de slaapkamer, de kinderkamer? Is de laatste gedachte voor het slapen gaan verheffend? Wordt de kinderziel binnenskamers dan althans nog opgeheven uit de psychische vervuiling en wordt het gevoed met de innerlijke reserves van het goede, die nog in de provisiekamer van vele Hollandse binnenhuizen liggen? Wordt de deur nog of weer open gedaan voor de man, die Beëlzebul uitwerpt en het Licht brengt, is er plaats voor Hem, wiens voeten op Zebulun's grondgebied in Galilea liepen?
Openbaring 7: 8 spreekt van een toekomst waarin twaalfduizend Zebulunieten, die verzegeld zullen zijn aan hun voorhoofd, omdat zij hun hoofd niet voor Baäl en diens nazaten bogen, aan de plagen zullen ontsnappen. Is dit een symbolisch getal of een letterlijk aantal (en dan te huiveringwekkend om op door te denken)? Of zijn de "12.000" de leiders, zij die het eerst uit Zebulun opgeheven en ingezameld worden? Wie zal zijn innerlijke woning binnengaan om het Licht te verwelkomen? Door het schoonmaken en reinigen van ons huis en door een nieuwe geboorte daarin zullen wij als prinsen van Israël op schilden verheven worden. Dat is de gezamenlijke hoge roeping om zo voor alle omwoners herkenbaar te worden. Prins Zebulun, een onoverwinnelijk onderdeel van de vorsten met God, dat is Israël.
Als Nederlanders weten we vaak zelf niet hoe onze wijze van wonen, onze interieurs, de Hollandse stijl en smaak, onze gave om met de juiste belichting de goede sfeer te maken, en onze
"gezelligheid" typisch Hollands zijn, gunstig afsteken bij het buitenland en vaak tot voorbeeld zijn.
In een Engelse Gids voor toeristen (Collins, London 1968, pag. 8) worden we aldus gekarakteriseerd:
"van de continentale volkeren lijken de Hollanders het meest op de Britten. Ze zijn optimistisch, hebben een rustige ongewone kwinkslagende humor, ze zijn vriendelijk en gereserveerd al naar gelang de stemming. Hun leven draait om hun comfortabele woningen, want de Hollanders geloven dat huizen dienen te worden omgeschapen tot een thuis (into "homes"). Zij zullen U direct duidelijk maken, dat zij het volk waren dat die idee uitvond in een tijd toen de rest van de wereld nog tevreden scheen met vier muren, een dak, een raam ter grootte van een zakdoek voor lucht en licht. Zij (de Hollanders) kunnen gelijk hebben, want in de 17e eeuw kwamen architecten vanuit heel Europa naar Holland om hun binnenhuisarchitectuur na te bootsen".
Hoe wij ook over deze buitenlandse visie mogen denken, het blijft een feit, dat onze 17e eeuwse schilders zoals Rembrandt, Vermeer, Van Ostade, De Hoogh en vele anderen niet alleen beroemd zijn om hun schilderen van het licht, maar ook onovertroffen blijven vanwege de Hollandse interieurs, die zij vereeuwigd hebben. Het Hollands-Vlaamse licht door veelkleurige glas-in-loodramen, de zwarte plavuizen op de vloer, het gepoetste koperwerk, bewerkte eikenhouten wenteltrappen en de eiken balken, de intieme sfeer van een gezin of een uitgebreide familie, het is alles zo oer-Hollands en zo anders dan de behuizingen van ooster- en zuiderburen.
Is er ergens in de wereld een duidelijker parallel tussen Zebulun-bewonen en de wijze waarop Nederland door de eeuwen heen bewoond is?
Ook al zijn er schreeuwende voorbeelden van het tegendeel, toch gaat Nederland vooraan in het bewaren en herstellen van ons landelijk en stedelijk schoon (vooral oude woningen). Het particulier initiatief voor het behoud van ons nationaal bezit is voorbeeldelijk. Ook is het warm lopen voor preserveren van oude stadjes bij ons een niet te onderschatten nationaal facet.
Aan de andere kant is er ook juist in Nederland het tegenbeeld te zien: waar de Nederlander altijd met goed wonen, huizen en bewoning als van Zebulun bezig is, daar zijn ook de tegenkrachten het sterkst, die de sloop van wijken het meest voorstaan. De voor- en tegenstanders zijn in Nederland altijd emotioneel geweest en uit de "heffe" des volks komt vaak het felste protest als men aan hun woning en hun wijk komt. Is hier misschien een onbewust raken aan een Zebulunitische kern in het geding?
"Amsterdam die grote stad die is gebouwd op palen,
en als die stad eens omme viel wie zou dat dan betalen?"
Voor buitenlanders is het een wonder, dat velen onzer onder de zeespiegel wonen en dat onze huizen op palen (vroeger van hout, nu van beton) in het veen en zand staan. Herinnert U U een van de vertalingen van Zebulun? Inpalen-opheffen-wonen. Zijn veel Nederlandse huizen niet op palen-opgeheven-woningen?! Vaak zelfs op door zandzuigers opgespoten land, maar daarover in een volgend hoofdstuk.
Het beroep van heier, dat als zodanig aan het uitsterven is, want de machines hebben hun werk overgenomen, maar dat nog voortleeft in de (vooral op Scheveningen) bekende naam
"den Heier", is uniek en de Hollandse heiers zijn net als de baggeraars wereldbekend en in het buitenland altijd veel gevraagd geweest. Om
maar een paar voorbeelden uit de geschiedenis te noemen, waar Nederlandse heiers werden ingezet en de waterbouwkundige
kennis van Hollanders werd gebruikt: In Denemarken werd o.m. op Fuënen het kasteel Egeskov in het water door Hollanders op palen gebouwd.
Zo is ook Frederiksborg bij Kopenhagen met Nederlandse hulp versterkt. In het 16e eeuwse Engeland versterkten Nederlandse heiers de oevers van de Theems en Windsor Park; delen van Yarmouth en de Cambridge Fens werden door de Nederlanders opgehoogd. Zo overal ter
wereld door alle tijden heen.
Zebulun betekent ompalen. Het staat als een paal boven water, dat onze taal
doorspekt is met Zebulunitische termen. Dat is een geheide zaak!
Zaïn - (het water) van een niveau naar het andere brengen, Toen ik op een goede dag aah deze vertaling van Zebulun werkte, zag ik plotseling een werkende watermolen voor me en het was alsof ik midden in de centrale as ervan geplaatst werd. Het flitste door me heen, dat de Hollandse watermolen (Bedoeld is hier de achtkantige poldermolen met vijzel) het symbool van ZBL -Zebulun aangeeft, en dat het daarom als (onbewust) symbool zo'n aantrekkingskracht op buitenlanders heeft, dat het op vrijwel iedere reclameplaat voor Nederland (met een Volendamse dame en een tulp) voorkomt.
Dit was zo verrassend en tegelijk zo gewoon, dat ik het een tijd lang voor me
hield. Als het waar was, dan was de parallel uniek en de draagwijdte ervan groot.
Het zou misschien voor de hand gelegen hebben om deze gedachte het eerste voor te leggen aan
"de tweede getuige" van het Zebulun-onderzoek, Evert Smit, daar deze zelf op de Molen de Kat woont
(middelste molen) en als vakkundig molenaar zelfs molenaars-examen afneemt. Zijn enthousiasme voor
het molenwezen kennende, zag ik de kans, dat hij in deze niet helemaal objectief zou reageren niet uitgesloten. Daarom legde ik het
eerst, in overleg met echtgenoot Willem, die al van jongsaf aan een verzamelaar van
molens is, voor aan de cineast Derek Bray, die als Engelsman toen nog zeer critisch tegenover de door mij uitgevoerde parallel tussen Zebulun en Nederland stond. Dit voorbeeld van
de Hollandse watermolen waarin de naam van Zebulun verborgen is, - als woning die door de beweging van de wind het water opvijzelt - werd voor onze cameraman
"het bewijs" dat hem meer dan lets anders overtuigde van de verborgen parallel. Het leidde daarna tot het centrale thema in de film
"Strange Parallel" en de goed gefotografeerde en sterke beelden van de molens.
Vooral de bij windkracht acht nog net werkende molen van Kinderdijk maakt bij vertoning op een buitenlands publiek de meeste indruk.
Hoe zult U, Nederlandse kijker en lezer, reageren op het gedemonstreerd zien van de naam Zebulun, de patriarch van Israël, in ons eeuwenoude nationaal bezit, de molen? We hebben zoveel uitdrukkingen in onze taal waarmee U zou kunnen responderen op dit Zebulunitische aspect in dit boekje, zoals:
Hoe dan ook, de molen heeft door de eeuwen heen een centrale werking in ons volksleven gehad, die niet is weg te denken. Molens zijn eeuwenlang een zegen voor ons volk geweest. Bij een catastrofe kunnen ze weer van onschatbare waarde worden, zoals bijvoorbeeld in de laatste wereldoorlog bewezen is.