De "Zegeningen" in de Bijbel worden bij verschillende gelegenheden aan de twaalf stammen van Israël gegeven. Zij zijn een soort van voorzeggingen of profetieën aangaande de stam, maar het is duidelijk, dat ze als zegeningen alleen "uitkomen", als het volk niet verblind is noch wetteloos leeft, want anders werken ze juist averechts, maar daarover straks meer. Men zou deze zegeningen in de moderne tijd kunnen vergelijken met het geven van een karakter-analyse en beroepskeuze-mogelijkheid. Het hangt van veel innerlijke en uiterlijke omstandigheden af of het talent ook vrucht zal dragen.
Het blijkt, dat deze zegeningen een wonderlijke parallel te zien geven met het karakter van volkerengemeenschappen binnen de "verloren" stammen, nu temidden van de Angel-Saksische-Keltische nazaten, die alhoewel blind voor hun eigen identiteit, toch vaak ongeweten, de hun toegedachte zegeningen hebben doorgedragen.
Er zijn drie "cirkels" van zegeningen rond iedere stam. Wanneer je een steen in het water gooit, dan ontstaan er rimpels.
Vergelijk de naam van een stam met zo'n steen, dan is de eerste rimpel de zegening van Jacob tot de zoon zelf.
De tweede rimpel beschrijft een wijdere cirkel Mozes, die de zegen geeft aan de stam van die zoon van Israël, terwijl de derde rimpel rond de steen nog een wijdere cirkel
omvat: de kinderen, de nazaten van die stam.
Voor Zebulun zijn er de volgende voorzeggingen:
Deze drie zegenen vormen het centrale thema van dit boekje, aangevuld met:
Kunt U de beweging in de tijd zien, zoals de steen de rimpels in het water wijder en wijder maakt naar oneindige verten toe?
Ik zie nog een andere vergelijking, die ik U ter overdenking voorleg: Het belangrijkste en centrale punt is de geboorte van een woord, in ons geval Zebulun.
Het is het Ego (in de zin van Hoger Ik) van iedere zoon van Israël. Mijns inziens geldt Jacob's zegening daarom in de eerste plaats voor de toekomstige geestelijke status, het zijn van de
stam; de vader voorziet hun hoger bewustzijn, en hoe zij in deze existentitle zijns-situatie gezegend zullen worden.
De tweede zegening, een paar honderd jaar later, als Mozes voor het Beloofde Land staat, geldt de stam van 57.400 volwassen soldaten, krijgslieden (afgezien nog van hun gezinnen), een volgroeide gemeenschap van Zebulunieten, en deze zegeningen zijn dan ook karakteristiek voor hetgeen die stam zal volbrengen en spreken over hun "werk in uitvoering", hun prestaties, waardoor ze bij anderen herkenbaar zullen zijn, als "made in Zebulun".
De derde zegening wordt uitgesproken in het Beloofde Land en wel door een vrouw, de profetische richteres Debora.
Haar voorzegging is meer in de zin van een "epitheton omans", een eretitel, waarin een profetisch gegeven taak om te dienen verweven is, dat als een geestelijk gelukspunt werkt, wanneer de kinderen van Zebulun scheppend zichzelf kunnen zijn temidden van hun geestverwanten in het beloofde land.
Dan werkt hun talent uit als een "pars tortuna". De profeet Jesaja spreekt nu in een
nog wijdere cirkel over het land van Zebulun, of dat deel van de aarde, waarop het
zichtbaar zal worden. In zijn dagen was de stam allang in ballingschap, maar hij voorschouwt in zijn innerlijk oog de geografische vorm waarin het gebeuren zal.
Op het eerste gezicht maakt deze symbolische uitleg misschien een wat vreemde of moeilijke indruk, doch het zou punt voor punt nader uitgelegd kunnen worden naar analogie van een kosmische mensbeschouwing, die hier niet verder wordt uitgewerkt.
Wat ik U slechts zal trachten aan te tonen is de parallel tussen deze steeds wijder wordende rimpelingen van Zebulun met verschillende fasen in onze gebieden en het karakter van hen, die er sinds mensenheugenis wonen. Door alle eeuwen heen treedt telkens weer een karakteristieke wijze van zijn, van doen en van vruchten voortbrengen op de voorgrond.
Tellen we dan nu onze zegeningen een voor een!