Hebt U het ook nog geleerd op school? 1320: Willem Beukelszoon uit Biervliet vindt het haringkaken
uit. Of deze Zeeuw inderdaad de eerste was, blijft de vraag, want de Zweden beweren dat zij de eersten waren.In ieder geval is het een
feit, dat de Hollanders en Zeeuwen in de 14e eeuw al een verfijnde methode kenden om de baring te zouten in hun oude zoutpannen (die langs de Schelde waren al bekend bij de
Romeinen). Deze uitvinding was een ware zegen voor ons land en de zeelieden en wel in een tijd dat men van het conserveren van levensmiddelen nog weinig afwist.Het is niet overdreven te stellen, dat een tonnetje haring het leven van een hele scheepsbemanning of een gezin
redde.
Trouwens, denkt U maar aan Leidens' ontzet en alle traditie die eeuwenlang rond de haringvangst bestond en die helaas aan het uitsterven
is. Wat is "vlaggetjesdag" vergeleken bij vroeger en hoe lang zal de Koningin de eerste groene haring nog
ontvangen? Hoe lang zal het naar binnen werken van rauwe haring door je keel een bezienswaardigheid voor buitenlanders
blijven? Tenzij er drastische maatregelen genomen worden in de Noordzee, zal het niet goed gaan met de haring, ons volksvoedsel bij
uitstek. Ja, kan de zegen (en het omgekeerde) voor Zebulun in de vorm van visvangst en de zegeningen voor Nederland met zeebanket
iets met elkaar te maken hebben?
Het blijft in ieder geval merkwaardig dat de grootste haringvissershaven van Europa, ja, groter dan die van de Denen, Schotten, Noren, Russen, aan de kust van onze Parlementsstad in Scheveningen ligt.
In de 16e en 17e eeuw waren er 2.000 haringbuizen in het land en was een vijfde van de hele Nederlandse bevolking in de haringindustrie werkzaam. Dat was 450.000 mensen op een totale bevolking van 2 miljoen in die tijd (volgens Elseviers Zeevissen Gids, 1966).
Een vijfde! En dan nog al die andere landgenoten met zulke Zebulunitische beroepen als scheepsbouw (U herinnert U, dat Tzaar Peter de Grote uit Rusland naar de Zaan kwam om daar het vak te leren), helen, netten boeten, baggeren, droogleggen, vul zelf maar aan. En dan al die stoere Hollanders, die "naar zee" gingen - iets wat nog steeds als wens in het onbewuste van veel Nederlanders sluimert en van tijd tot tijd als een romantisch helmwee naar "het zeegat uit" ontwaakt - allen die op zeewaren om te vechten, om handel te drijven, om nieuw land te ontdekken, of om kort en goed zeerover of strandjutter te zijn. Denk aan de bejaarde vissers aan de wal en zij die aan de havenkant "de beste stuurlui" waren en nog altijd zijn. Welke Hollander leefde en leeft eigenlijk niet minstens een deel van zijn dagen met her strand, de zee en de waterkant op de wijze van de zegen aan Zebulun voorzegd?
In de meest gezegende periode voor ons land, de Gouden Eeuw, de hoogtijdagen van de haringvisserij, en niet te vergeten, de walvisvaart, de Admiraliteit en de formulering van het internationale zeerecht (Hugo de Groot!), tevens de rijkste dagen van het Hollands Binnenhuis is de gouden weerspiegeling van de zegen aan Zebulun ook het beste te herkennen in Ons volkskarakter:
"loopt Jan Salie op zijn muilen,
Jan Courage kiest het want;
Hola, bootsman, alles ree,
wij gaan mee naar de zee".
Genesis 49: 13 wordt soms vertaald als "zijn grenzen zullen tot aan Sidon zijn", maar ook als "aan zijn beide flanken zal hij vis vangen" (vertaling Ferrar Fenton). Ik herinner U aan het feit dat beide vertalingen uit het Hebreeuws op een verschillend niveau juist zijn. Hier hebben we een opmerkelijk voorbeeld: Sidon is de naam van een plaats in Palestina en betekent "visvangen". Tegenwoordig wordt vermoed dat het dezelfde plaats was als Saïda, de huidige vissershaven van de Libanon. De oliepijplijn van Irak komt er op uit en het hele gebied heeft een luguber verleden, daar het als het Kanaänitische Sidon en Tyrus vervloekt werd. (Zie Jesaja 23 en Bijbelse Atlassen).
In een andere laag van vertaling worden de "grenzen" vertaald met "dijen" of flanken en zijden van een schip. In de combinatie met "visvangen" (Sidon) zijn we opeens in onze innerlijke beeldvorming - terecht - thuis in eigen land.
Wie kent niet de vissersboten op het IJsselmeer of op de Zeeuwse wateren met hun netten aan beide zijden uitgeworpen in het ondiepe
water? Kijk anders maar naar de afbeelding, waar de Tholen VI met schipper Bout geschiedenis maakt door op deze wijze de jongste Nehalennia-vondsten te
vangen. Om schipper te zijn in onze wateren moet je de vaargeul en de zandbanken, de stromingen en getijdenloop op je duimpje weten, anders loop je zo
vast. Het is of we de Patriarch Zebulun tot zijn zoons horen herhalen: "Observeer de wateren en weet
wanneer zij samenvloeien".
Ja, tot voor kort; nu wordt het vervuilende water en de dode vis een vloek, maar daarover later meer.
Soms ook wordt het vertaald als "Zebulun, die zijn benen zal gebruiken als hulp bij het vissen". En zien we dan niet direct het bekende beeld van een gelaarsde visser, die tot aan zijn bulk in het water staat, of het nu bij een paalhoofd is, op een zandbank, in een meertje of een sloot? Waar ter wereld is her zo veilig en zo gewoon en ook in de winter mogelijk om je benen te gebruiken als hulp bij het vissen? Is het geen wonderlijke parallel in het gewoonste beeld van Holland? Iedere Nederlander is een visser en elke jongen baggert met laarzen door de modder. Is er in allen iets van het karakter van Zebulun op te vissen?!
Nu wordt het echter tijd om ook aandacht te gaan besteden aan het tegendeel van de zegen. De zegen, die met dezelfde elementen in vloek kan verkeren als mensen met een Zebulunitische kern zich collectief afkeren van het leven in overeenstemming met hun hoge roeping en in een zelfgemaakte Babylonische warboel terecht komen. In de Hebreeuwse voorzegging aan Zebulun ligt ook nog een vertaling besloten op het niveau van het tegendeel of de spiegelkast. Moge de visie en de gedachte, die ik in deze Hebreeuwse woorden zie, zich niet verder materialiseren, want het heeft al angstwekkende vormen aangenomen, zoals onze regeerders niet meer kunnen ontkennen. Moge dit boekje van een heel ander gezichtspunt uit mede een bijdrage worden tot een nationaal en collectief terugkeren en onze deuren en sluizen sluiten voor verder fysiek en psychisch vuil, milieuvervuiling en vervuiling van de mentaliteit en ziektes dankzij de "progressiviteit", die veel Nederlanders indrinken.
Laten we onze modder opbaggeren als Zebulun, en Beelzebul ons land en ons huis uitsmijten voor het te laat is en ons karakter psychisch verzandt. Moge het Licht, dat zuivert en reinigt hier in onze Gouden Delta de kans krijgen om door te dringen en NU te gaan stralen, zodat we collectief als geheel volk en ieder apart een lichtende voorafschaduwing (hoe paradoxaal!) mogen worden van Zebulun, dat zal wonen in het Licht, van Israël, dat zal regeren met God.
We hebben gezien dat het woord voor schip in het Hebreeuws aniah is en dat het ook
'Ik' of 'Zelf' kan betekenen. Dit laatste start vooral in verband met zuchten en het oud-Hollandse murmureren, bejammeren en weeklagen.
Het menselijk 'Ik' zucht over zijn incarnatie in het vlees als uiting van een
terug verlangen naar het verloren paradijs. De apostel Paulus zei reeds dat hij de ganse dag
verzuchtingen uitte over de geschapen
wereld.
Jacob's zegen aan Zebulun (Genesis 49: 13) zou letterlijk ook vertaald kunnen worden als:
Zebulun (in de zin van degene waarin Baäl woont) zal genoodzaakt worden binnen zijn beperkte ruimte te blijven (in plaats van vrij wonen) temidden van afgedamde en volledig ingesloten (in plaats van omheining ter bescherming) poelen van bemoeizucht (als karikatuur van beschermende haven en hof) en verpest water (een vermoeide, dode zeekust en stinkende kanalen) en zij, die (nog) een individueel ik hebben (het Zelf als symbool voor het psychisch gestrande schip), zullen aan deze afgedamde poelen in troebel water vissen en murmureren en weeklagen over de vissen, die dood op hun zij (U weet wel met de "flank" naar boven) aanspoelen (te vangen zijn).
De betekenis van deze vertaling kan natuurlijk zowel op het uiterlijke zichtbare slaan als op
het psychisch vervuilde denken in enge hokjes, waarin alle levende inspiratie (de vis) is vermoord en waar alleen een stinkende chaos van erotisme en mentale verzieking
overblijft. Hebt U ooit rotte vis geroken en snel zien bederven? In Nederland zijn we hard op weg! Toch wordt er sinds 1970, het Europees Natuurbeschermings Jaar, op nationaal niveau wel
iets gedaan voor zover het nog niet te laat is.
Het gaat in dit boekje echter om het bewustmaken van een parallel met Zebulun voor ieder persoonlijk die hier als Nederlander op aan
slaat. Als ieder consequent zijn innerlijke mens en zijn uiterlijke omgeving gaat reinigen en het licht toelaat, dan is er collectief nog veel te
herstellen. Internationaal zijn we nog steeds bekend om onze netheld en het schoon schrobben van
Ons eigen straatje. Het vuil individueel en nationaal de deur uit, dan zal de God van
Israël ons weer een "beveiligd erf" hergeven!
De situatie van de Rijn is ons allen bekend uit publicaties en ervaring. De schone gouden waterdelta van Nederland wordt al "het riool van Europa" genoemd. Hoe lang zullen we nog de twijfelachtige eer genieten om te dienen als smeerpijp voor de Franse, Belgische en Duitse industrie? Zie de zegeningen aan Zebulun weerspiegeld in hun tegendeel.
het lijkt een vloek te worden, een bezoeking.
Ziet U de omkeer van Zebulun, die veilig zal wonen en wiens land als eerste de terugkeer van het licht zal zien? Laten we dit letterlijk nemen en niet te snel vergeestelijken.
We weten nu langzamerhand wel allen hoe de zo geprezen deltawerken een catastrofe kunnen worden voor onze waterhuishouding als ons watermilieu verontreinigd blijft. Goddank heeft de Haringvlietdam sluizen gekregen, maar die worden dan ook officieel "de hoofdkraan van Nederland" genoemd. Waarom toch zo noodzakelijk één lange kustweg van Noord-Europa naar het Zuiden, verbonden met de tunnel onder het Kanaal, een rechte snelweg, de eeuwenoude wens van Romeins georiënteerden, waarbij de door God gegeven zegen van de wondere lijnen der natuur teniet gedaan worden? Is een reeds vlak en dan nog rechtlijnig doorsneden land een zegen of een vervloeking voor de levensadem van ons volk? Men oordeel zelf.
Is het te pessimistisch om de visie voor een karikatuur van Zebulun binnen afzienbare tijd voor de Nederlanders door te moeten trekken, als ze niet gezamenlijk omkeren? Anders zal er zuchten en murmureren zijn over de gedode natuur. Wat reeds onherstelbaar verloren is, beweegt de besten onder ons al tot tranen. Er is altijd al van de Hollanders gezegd, dat ze "geboren kankeraars" zijn en zich nooit zo erg dankbaar tonen. Dat kankeren zou wel eens een bittere waarheid kunnen worden. We zijn in het buitenland onze naam van vriendelijkheid en voorkomendheid als volk snel aan het verliezen. Daarvoor in de plaats komen nervositeit, kribbigheid, irritatie en schelden. Gaat men een klaagziek volk van murmureerders worden, dat jengelt om zijn dooie visjes, die hij zelf heeft uitgeworpen? Een volk, niet van Zebulun aan de haven, maar van de bekende beste stuurlui aan de wal? Terwijl de schepen bakzeil halen?
De weinige "Ikken", de individuen, die ziende zijn in Holland, zij die hun identiteit met een stam van Israël realiseren, zij die nog een verantwoordingsbewuste kern in hun hart hebben, zij kunnen al niet anders meer dan op de wijze van Paulus zuchten en lamenteren om wat ze dagelijks zien gebeuren. Zonder het kennen van de eigen identiteit is er geen werkelijke oplossing. De enige weg uit het slop is het terug krijgen van geloof, dat héé1 "Israël gered zal worden", zoals in de Bijbel is voorzegd. Geloof, dat bergen kan verzetten, is ook die kracht, die ons en ons milieu zal kunnen reinigen. Alleen wonderen kunnen ons nog redden. Wonderen van oplossingen worden geboren in hen, die bereid zijn eerst zelf gezuiverd te worden en om alle offers voor de juiste doelen te brengen. Wonderen zullen gebeuren als de blindheld wordt genezen en de schellen van Holland's ogen vallen. Wanneer de hier gegeven wondere parallel een ware is, dan zal het letterlijke Israël dat zijn wij dan - rustig op zichzelf wonen en veilig gesteld zijn in de rampzalige dagen, die over de volkerenwereld komen.
Moge Ons land schoongewassen worden en weer schoon blijven! Dat is onze en ieders taak. Moge licht in plaats van schemer in de Lage Landen zijn, en moge de terugkeer van het Licht hier het eerst gezien worden, zoals bij Zijn eerste verschijning in het land van Zebulun (Mattheüs 4:13-15).