De reeds aangehaalde woorden van Zebulun in zijn testament over zijn medelijden zijn geen Bijbelse woorden doch gebaseerd op de traditie. Toch kunnen ze ons daarom juist iets leren over de geestelijke instelling van Zebulun zoals die ons door de eeuwen heen is overgeleverd.
Hij wordt duidelijk voorgesteld als de meedogendste van alle twaalf kinderen van Israël. Hij toonde medelijden met zijn broer Jozef. Vandaar dat hij zijn nakomelingen aanbeveelt om medelijden met hun naburen te hebben en om "barmhartigheid te tonen aan allen, niet alleen aan mensen, maar ook aan dieren. Heb erbarmen in jullie hart, want toen mijn broers verziekten en lagen te sterven om war ze Jozef hadden aangedaan, omdat ze tegenover hem geen genade in hun hart toonden, toen bleven mijn zonen gespaard en gezond, zoals jullie weet", opgetekend in het Testament van de Patriarch.
Zebulun zag een mens naakt en in nood en hij kreeg medelijden met hem, stal heimelijk een overkleed uit het huis van zijn vader en gaf het de behoeftige. "Doe daarom goed, mijn kinderen, van hetgeen God jullie schenkt, toon erbarmen en genade aan alle mensen zonder aarzelen en geef een iegelijk vanuit een goed hart... Ik weet dat mijn hand soms geen middelen vond om de nood te lenigen, en dan liep ik met die in nood was zeven stadiën mee en mijn hart klopte voor hem vol erbarmen en medeleven".
Alle eeuwen door hebben individuele Hollanders in het afrekenen met Spanjaarden, Indianen, of inheemse bevolking zich even ver verwijderd van de Christelijke naastenliefde misdragen als welke andere "wilde" blanke Angelsaksische westerling dan ook, doch in het vaderland en als gehele natie staan zij toch in de geschiedenis bekend als een vredelievend volk, dat medelijden weet te tonen.
Wij zijn bekend om ons metterdaad medeleven met hen, die in nood verkeren.
De zorg voor de zieken, de armen, de misdeelden, de geestelijk gestoorden is al eeuwen lang een voorbeeld voor andere
naties. Als huiselijk volk, is burenhulp altijd de innerlijke kracht van ons
volk geweest. Daarnaast zijn de "Slums", de echte achterbuurten, zoals die in de grote steden van Europa bestonden, in ons land veel minder bekend geweest.
Toch heeft ook juist deze z0 op Zebulun gelijkende eigenschap een mogelijke tegenkant en kan de Nederlandse mentaliteit van meeleven makkelijker dan waar ook ontaarden in platvloerse bemoeizucht, die in ons nu overbevolkte land zelfs tot hysterische toestanden leidt; "kan je niet doen vanwege je buren" en "al te goed is buurman's gek" kunnen belachelijke vormen aannemen. Een Nederlander bemoeit zich graag met andermans zaken. Op nationaal niveau wordt dat lachwekkend als het kleine Nederland andere naties de les gaat lezen of ze tracht voor te schrijven hoe ze hun interne zaken moeten regelen. Dat is dan soms ver verwijderd van het "wenend gaan met de ander zeven stadien ver". Het positieve medeleven is overigens wel degelijk vaak een respect afdwingende houding van de beste Nederlanders.
Van welke kant men het ook wil bekijken, het is in ieder geval een feit, dat de spontaniteit, waarmee het Nederlandse volk gezamenlijk weet te reageren op een liefdadigheidsactie alle andere landen overtreft. Nationale collectes voor natuurrampen in andere streken van de aardbodem brengen enorme sommen op. Men denke bijvoorbeeld aan televisie-estafette voor de opening van het centrum "Het Dorp", waarbij via dit moderne massamedium op landelijke schaal het werk werd onderbroken om met de passie van het inzamelen mee te doen.
De nuchtere Nederlander wordt emotioneel en niet voor reden vatbaar als er op zijn en vooral haar gemoed gewerkt wordt - en vooral op de beurs - vanwege arme en zielige.., noem maar op: honger in India, vluchtelingen in Pakistan, zeehonden in Canada (in het Waddengebied sterven ze ook uit), blinden in Biafra.
Van hoog tot laag is het een typische Nederlandse karakteristiek om dan geëmotioneerd te worden en zich "druk te maken" en in de nood van het ogenblik een zaak van leven en dood (wat het dan ook vaak is) te zien. Waar elders dan in Nederland vind je zo iets?... En Zebulun liep wenende met de ander zeven stadien ver... (een stadium is ben veld gaans, ongeveer 180 meter).
Zou hij in Nederland, in de goedgevende mensen voor de juiste doelen niet iets van de opdracht aan zijn zonen tot compassie, terugvinden? Het is op zichzelf een typisch kenmerk van Israël - dat zijn óók de Angelsaksische landen en Scandinavië - om het op te nemen voor de "underdog", de verschoppeling, maar bij ons kan het epidemische vormen aannemen. Dàt is dan alweer een spiegel en tegenkant van hetgeen waar Zebulun voor staat: juist hier kunnen de massamedia op de onbewuste gevoelens van de gezellig in familieverband bijeenzijnde gezinnen spelen. Het is een statistisch feit, dat naast de Amerikanen de Nederlanders per hoofd van de bevolking aan de top staan voor het geven aan nationale inzamelingen. Doch het grootste deel van de bevolking zit dan ook vastgeplakt aan hun televisietoestel en men is vaak onkritisch wat de bestemming en besteding van het ingezamelde geld betreft. Het 'kankeren' en de vaak gerechtvaardigde kritiek om de verkeerd gerichte politieke propaganda, komt meestal pas achteraf als de passie voor compassie via het medium geweken is. En toch... God heeft de vrijwillige gever lief. Wat is in zo'n geval vrijwilligheid? Of dreigt de Nederlander slachtoffer te worden van verkeerde propaganda?
Ook hier kunnen de oude Zebulunieten ons ten voorbeeld zijn, die gelijk heel Israël ruw werden wakker geschud, toen de Kanaänieten, die zij in de watten hadden gelegd en gekoesterd, binnen Israël's eigen poorten tegen hen opstonden. Tegelijk met het schoonwassen van ons land en ons zelf komt mèt het licht ook daarin het oordeel des onderscheids terug. Dienen wij in de toekomst niet onze deuren te sluiten voor veel wat hier niet thuishoort? Voor alle ondermijnende krachten mogen en moeten we, zoals aan de Zebulunieten in vroeger tijd bevolen werd - wat ze niet nakwamen - de toegangspoorten gaan dichtgrendelen. Als de parallel waar is, dan zijn dat de consequenties van het rebel Israël zijn. Wij zouden zoveel niet moeten toestaan en minder mogen toelaten! Compassie hebben betekent niet "deurmat zijn" en "kom maar binnen". Integendeel, Hollands Binnenhuis heeft een grote schoonmaakbeurt nodig, maar zelfs Zebulun dreef de Kanaäinieten niet uit Kithron en Nahallel, zoals bevolen in Deuteronomium 7 en Richteren 1:7! Zal ons volk als geheel nu wijzer zijn?
INTERMEZZO, uitgebreid voor deze editie.
In dit boekje ga ik niet in op alle betekenissen van de namen, die met Zebulun in verband staan. Zo wordt de verborgen betekenis van Zebulun's zonen niet uitgewerkt, evenmin als de opsomming van de twaalf steden en dorpen, die in de Bijbel aan Zebulun werden toegewezen. Hierop wil ik één uitzondering maken:
Een van de steden van Zebulun was genaamd Nahallel, hetgeen betekent groene weiden. Van Nahallel wordt gezegd, dat de daar wonende Zebulunieten de heidense inwoners niet verdreven. Dit boekje heet "Wondere parallel" en in dit kader wil ik U slechts wijzen op de vreemde naamsovereenkomst tussen Nahallel, een stad van Zebulun, en Nehalennia, de naam die sinds april 1970 weer in het nieuws is vanwege "de vondst dezer eeuw", zoals men in de dagbladen meldde, van de Nehalennia-altaren uit vooral de 2e eeuw, die opgevist werden in de Oosterschelde.
In de Engelse uitgave van dit boekje, dat in september 1971 verscheen, vermeldde ik slechts, dat ik reeds lang de mogelijke Hebreeuwse oorsprong van deze naam op het spoor was, omdat deze al in de 17e eeuw werd geopperd, kort nadat in 1647 voor de Walcherse kust bij Domburg een tempel met zandstenen altaren was gevonden, waarop de naam en afbeelding van Nehalennia voorkwamen. In de Engelse uitgave noemde ik mijn Nederlandse bronnen niet. Voor de Nederlandse lezer zij echter vermeld, dat de naamsafleiding uit het Hebreeuws te vinden is in "Walchersche Arkadia" door Mattheus Gargon, Leijden, 1715, en dat de naam Nehalennia als van het Scythisch afstammend (wat des te merkwaardiger is omdat volgens de nieuwere opvatting de Scythen tot de verdwenen tien stammen hoorden) in omslachtige bewoordingen uitgebreid behandeld wordt door M. Z. van Boxhorn in "Bedieninge van de tot noch toe onbekende afgodinne Nehalennia", Leijden, 1647. Beide werken bevinden zich in de Provinciale Bibliotheek van Zeeland te Middelburg.
Inmiddels werden mij na de publicatie van "Strange Parallel" twee recente studies ter hand gesteld, die ik in dit verband slechts met name kan vermelden:
Het eerste is van D. Hoekstra, die een studie het licht doet zien (januari 1972) over de Phoenicische oorsprong van Haarlem (zie Haarlems Dagblad 27 november 1971) waarin hij de naam Nehalennia rechtstreeks terugleidt tot het Hebreeuwse woord nahal als geleiden en aniah als schip, waardoor hij komt tot
"geleid het schip".
Hierbij zij opgemerkt, dat hij zich in goed gezelschap van de Walcherse Arkadia bevindt, waarin het woord van Nahal = stroom wordt afgeleid en de schrijver aanhalingen geeft van hen die Nehalennia met
"stroom-godin" vertalen (Nahal betekent eigenlijk leiden, vandaar Nahallel = groene weide, waarheen vee geleid wordt).
De tweede, nog onuitgegeven studie is van de hand van C. J. Tromp Meester te Driebergen, die op basis van jaren onderzoek eveneens tot de conclusie kwam, dat Nehalennia van Israëlitische oorsprong moet zijn. Hij associeert haar echter met de Nieuw Testamentische Maria Magdalena. Dit valt verder buiten ons onderwerp.