Mozes, de grote leider Israëls, staat voor het Beloofde Land en bezingt de toekomst van Zebulun:
Deuteronomium 33:18-19: "Verheug U Zebulun over Uw (uit)tocht... Zij zullen de volken tot de berg roepen, daar zullen zij offeranden der gerechtigheid offeren, want zij zullen de overvloed der zeeën zuigen en de bedekte dingen des zands (Schatten verborgen in het zand)". (Boek der Wetten van Israël)
Het laatste deel van dit lied brengt onze parallel het duidelijkst aan het licht. Ook hier mogen we de Hebreeuwse woorden op verschillende niveau's vertalen en telkenmale kan men frappante gelijkenissen ontdekken met de "image", die Holland in de wereld heeft, een image, dat door de Nederlandse reclame en advertenties in het buitenland om toeristen aan te trekken vaak op psychologisch geraffineerde wijze wordt gevoed. Toch is het wonderlijk, dat juist deze reclame-bureau's onbewust de kern van Zebulun's karakteristieken uitdragen!
De Deltawerken zijn een enorme nationale advertentie, die nog altijd werkt op het romantische idee van buitenlanders, dat Hollanders steeds stoer tegen de zee vechten en zelfs gaten dichten door hun vinger in de dijk te houden.
Landaanwinning, wonen in molens, het melken van Friese koeien en het maaien van goudgeel graan, waar eens het zoute water was, de eindeloze afsluitdijk en
"het water was niet meer" werken op de verbeelding. Waarom? Is dit
alles dan ook werkelijk de spiegel van de diepere uitdrukking van het Nederlands karakter?
Wijst al dit nu uiterlijk aanwezige, hetgeen wij kennelijk van binnen uit willen en waarin wij leven en werken, niet zeer duidelijk naar Zebulun, zoals wij die van oudsher zouden moeten kennen?
In het Engels is er het mooie woord "sucker" in de dubbele betekenis van opzuigen en zandzuiger, maar ook in de zin van "onnozele hals" of "klaploper". Helaas gaat dit grapje in het Hollands niet op, maar wel hebben we het woord "modderen" in een dubbele zin: Zijn de Nederlanders de grootste modderaars ter wereld? Zoek het zelf maar uit!
In het Hebreeuws staat voor "zuigen" een woord, dat men ook met "melken" kan vertalen. Dat heeft zowel in het Engels als in onze taal de dubbele betekenis van melk geven, zich laten melken en dan ook figuurlijk "uitmelken of plukken".
Nogmaals, zoek het zelf maar uit of er náást de Nederlandse compassie, zoals we in
het vorige hoofdstuk zagen, niet ook nog de karaktertrek van het "melken" in
ons huist! In ieder geval is onze taal doorspekt met woorden zoals "melkmuil",
"melkboerenhondenhaar", "huisjesmelker" en zo voort.
Mozes zegt: "Zij zullen melken van de overvloed van het water".
Laat u deze woorden eens goed tot U doordringen, want wat staat er letterlijk in deze profetie?
Ziet U die boer op ingepolderd land zijn koeien zitten melken?!
Nog nooit eerder werd dit in die vertaling gezien, en toch ligt het zo voor de hand.
Vaak is dit vers echter geïnterpreteerd als zal Israël (ook de Joden) in de zee graven naar schatten als olie, amber, uranium.
Dit zal zeker niet onjuist zijn, maar onze letterlijke interpretatie is het dichtst bij de waarheid als een koe, letterlijk.
En herinnert U U Nahallel, stad van Zebulun in de betekenis van groene weiden?!
Daarbij is het zand op zichzelf al een schat, die opgezogen wordt uit de zee, want daar worden nieuwe dijken en nieuw land mee gemaakt. Vooral in onze dagen wordt zand op zichzelf kostbaar, zoals wij weten. Het ingedijkte land vertegenwoordigt ook weer een schat aan geld en leven voor de bevolking.
Dit zijn de ware Nederlandse "bodemschatten": de zware Nederlandse kleigrond en de opgebaggerde en opgespoten modder, waardoor de polders eens
tot "sappige" weiden worden, die op hun beurt weer via het vee een overvloed aan melkschatten geven, hetgeen ons volk door de eeuwen heen de zegen heeft gebracht van bij uitstek melk-, boter- en kaasland te zijn.
Nederland werd slapend rijk in haar gouden gezegende dagen, terwijl de koeien kauwden en herkauwden.
Ook die Zebulunitische zegen is men in ons land met de grootste snelheid aan het verpesten.
Geen excuus voor dit woord, iedereen weet, dat de voortwoekerende industrialisatie en het zich uitbreidende wegennet de vloek en de pest zijn niet alleen voor het landschappelijk schoon, maar vooral in de eerste plaats voor de agrarische stand, die het toch al zo moeilijk heeft in het kader van de Europese
landbouwpolitiek. Van de 30% landbouwers zijn er nog maar 3% over. Zo nodig voor onze economie?
Dit is niet het terrein van de schrijfster, maar wel kent ze boeren, die van geslacht op geslacht hun have en hof behoed, hun vee geweid en gemolken, hun zware kiel geploegd hebben, en die dan
- o ja voor een schat aan centen, maar daarvoor koop je je voorouders' hof niet
terug - pats-boem onteigend worden, ontworteld en ontheemd. Dan kan zij alleen maar, diep geschokt, beroerd worden en met die landgenoten als Zebulun compassie hebben, met die mensen, die je niet hoort protesteren, omdat ze daar te trots en te degelijk voor zijn.
Een economie, die op deze manier het land van zijn vrije burgers uitmelkt, is geen cent waard.
Dat brengt het omgekeerde van zegen en het voert ons terug naar de woorden van Mozes aan Zebulun, nu als waarschuwing, waarin weer in de spiegel de vertaling kan luiden
"zij zullen de overvloed in de tijd (zee is in het Hebreeuws ook tijd) uitmelken."
Terugkeer tot de wetten van Israël, ook voor het land, dat eens per zeven jaar braak moet liggen, vormt een onderdeel van de oplossing. Anders blijft het modderen en verwordt de uitgemergelde, eens zo rijke grond weer tot.., zand, waarmee het vernieuwde Zebulun dan van voren af aan moet gaan beginnen. Of gebeurt het wonder van de terugkeer daarvóór?
Zebulun zal schatten uit de zeebodem opzuigen, dat is zeker ook waar. De parallel met de Nederlanders is van dien aard, dat we niet alleen denken aan de vele schatten in gestrande schepen, waarvan de verdwenen goudstaven voor Texel nog altijd het meest tot de verbeelding spreken, maar ook aan het feit, dat het juist de Nederlanders zijn, die in 1962 het aardgas onder de Noordzee ontdekten (het eerst in Slochteren, Groningen).
Dit aardgas blijkt nu een ware bodemschat te zijn en een grote onverwachte zegen voor de landen rond de Noordzee, het randgebied van Israël in het westen. Nu overschakeling van olie op aardgas doorzet, blijkt het al, als schoonmakend middel tegen de luchtvervuiling, een gezegende factor te zijn bij het reinigen van ons Zebulun-Tehuis; met natuurlijk ook wel weer tegenkanten, maar die tellen toch niet zo zwaar.
We hebben reeds gezien dat de structuur van de naam Zebulun een markante gelijkenis vertoont met de werking van de Hollandse poldermolen. Nu gaan we nog een stapje verder en herinneren ons hoe we de zegeningen als ringen in het water zagen. De tweede zegen, de voorzegging van Mozes, slaat op hetgeen de Zebulunieten zullen doen en waardoor ze bekend zijn. Het is maar een associatie, dat ik U die steen met kringen in het water in gedachten breng, terwijl wij aan een ringvaart staan. Wat is Hollandser dan poldermolens aan de ringvaart in Noord- of Zuid-Holland? Ze hebben ons land door de eeuwen heen drooggemalen.
Kent U de oorsprong van onze molens en waarom is het principe van de watermolen juist bij de bewoners van de
Lage Landen zo aangeslagen? Men heeft de molens terug kunnen voeren naar hun oorsprong in het Midden-Oosten, met name
Mesopotamië.
Bent U niet vergeten, dat Zebulun een der tien stammen van Israël was, die uitgerekend naar dat gebied werd gedeporteerd? Geen bewijs natuurlijk van Holland is Zebulun, maar wel een parallel lopende lijn. In ieder geval zijn het de Hollanders, die de windmolens gebouwd en verfijnd hebben zeker reeds vanaf 1200 A.D. voor zover bekend. Brachten de kruisvaarders het principe van de molen mee uit Palestina, of herstelden ze alleen maar een oud gebruik in ere, dat allang in onze streken bekend was? In ieder geval is de techniek van droogmaling met molens door middel van de natuurlijke kracht der altijd heersende winden iets typisch voor ons land. Deze wind opgevangen in de wieken van de molen, waardoor de watervijzel gaat werken als een "elektrische" machine, het oppompen en afvoeren van overtollig water, is als hoogontwikkelde techniek een exclusief Hollandse vinding. In uiterlijke vorm en van binnen uitgekiende structuur staat de Hollandse molen aan de top.
Onze gouden 17e eeuw heeft haar naam mede te danken aan de duizenden molens, die efficiënt werkten als een moderne fabriek. We kennen ze nog als korenmolen, specerij- en oliemolen, zaagmolen, papiermolen, en voor de jeneverstokerij. Wat een gezicht waren al die kruiende molens, in dezelfde richting op de westenwind gezet, elk bediend door slechts een molenaar; het magnifieke houten raderwerk niet onder doend voor menige moderne machineconstructie. En de kracht voor de opwekking was gratis, gewoon gekregen als zegen van boven. Waar elders werd de zegen van Mozes aan Zebulun zulk een waarheid?
Dit is geen pleidooi voor een terugkeer naar een machineloos tijdperk, maar het wil U alleen ons eigen unieke verleden, onze cultuur en de prestaties van onze voorouders goed bewust maken, opdat U de wondere parallel tussen Zebulun en Holland des te scherper ziet. Het was een gezegende periode toen de Hollandse geest van de mens nog in harmonie met de natuurkrachten werkte. Nederland was een organische eenheid, onafhankelijk en zichzelf bedruipend. Met de malende molens in het thuisland, konden de mannen en vrouwen zich "verheugen over hun (uit)tochten", zoals Mozes zong, in hun zeewaardige schepen van bout gemaakt, gezaagd in de molens, om daarin terug te keren met ladingen specerijen, die weer door molens konden worden verwerkt. Geen mankracht was nodig, alleen de bekwame molenaar, die feilloos het weerbericht aan de lucht zelf kon aflezen zonder noodzaak van radio of t.v., om de zeilen van zijn "fabriek" juist op God's tijd op de wind te zetten. Een man, die de zeven en twintig meters hoge wieken kan bedienen. Wind, water, land, koeien, gezegende schatten, die de geest van ons volk zijn stabiele karakter gaven. Zijn we ook dat snel aan het verliezen ?
Gelukkig zijn de molens weer in ere hersteld, sinds de laatste wereldoorlog, waarin ze bij het uitvallen van de elektriciteitscentrales hun diensten weer bewezen, en opnieuw is molenaar zijn zelfs een opkomend beroep. De verschillende Molenverenigingen doen veel goed en een aantal molens zijn voor de sloop gespaard. De Zaanse Schans is een voorbeeld. Evert Smit, de schrijver van het voorwoord voor de Nederlandse editie, is een drievoudig voorbeeld van een Zebuluniet: een drukker van beroep; hij woont in een molen en neemt zelfs molenaars-examens af; en daarbinnen studerend over Zebulun komt hij dan tot zijn markante inzichten over de licht-profetie voor ons land! Kernwoorden van Debora, Mozes en Jesaja in het leven van een Nederlander gedemonstreerd.
Dit is een oud gezegde, dat nog altijd opgang maakt in het buitenland. Of het waar is, laten we in het midden, maar het zegt in ieder geval iets over de Hollandse mentaliteit. Nog hebben we de naam van harde werkers te zijn, die het niet ligt om naar het in andere landen zo favoriete middel van het staken te grijpen.
Prof. Ch. Wilson wijdt een hoofdstuk (pag. 80-91) in zijn boek "The Dutch Republic" aan de gebieden, die door Nederlanders tussen de 13e en 17e eeuw zijn drooggelegd. Behalve de reeds genoemde gebieden in Engeland, Windsor, the Cambridge Fens, stukken van Kent, Somerset en East-Anglia, waren het ook grote delen in Frankrijk, Italië, tot zelfs in Rusland en elders (zie het indrukwekkende kaartje in Wilson's boek op pag. 80-81).
"De Hollanders", schrijft Wilson, "wisten hoe men groente kweken moet op pas drooggelegd land en zij kenden de methodes om overtollig zout te verwijderen. Terzelfder tijd deed het beroemde Friese vee zijn intrede in Groot-Britannie, dat in Lincolnshire en Kent als het beste melkvee werd beschouwd".
door alle eeuwen heen.
Export van kaas, boter, maar ook van intellectuelen, astronomen, ingenieurs, artsen, export van boeren en tuinders.
Vergelijk dat even met onze gastarbeiders. (Zie Elseviers Weekblad, 17 december 1971 met statistische cijfers van de Nederlandse Emigratie Dienst).
De geïmmigreerde Nederlander staat te boek als vakkundig en wordt dikwijls gevraagd en gewaardeerd als adviseur. Andere landen verheugen zich over de intocht van Nederlandse gezinnen, die over het algemeen een rustig stimulerende stabiliserende invloed in het land van hun keuze hebben. Sinds de 2e Wereldoorlog trok ongeveer een 20ste deel van ons volk naar elders!
Het woord "uittocht" in de zegen van Mozes kan ook vertaald worden als uitgezonden worden op bevel of met een boodschap "ter opheffing".
Het vervolg van Mozes' zegen spreekt van "volken naar de berg roepen", wat vaak als het symbool van Jeruzalem gezien wordt. Het is zeker niet te ver gezocht om deze taak in het verleden vervuld te zien door Nederlandse zendelingen, ter opheffing van de primitieve volkeren. Weinigen hebben tegenwoordig nog een goed woord over voor onze voormalige Nederlandse (Protestantse en Rooms Katholieke naast kleinere genootschappen) zending in het voormalige Oost- en West-Indië, maar het blijft een feit, dat na de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, Nederland als derde grote zendingsland bekend staat en kwalitatief zelfs ongeëvenaard is. Zoals de zegen van Mozes dat aan Zebulun voorzegt, hebben de Nederlanders door de eeuwen heen met vreugde hun zendingsboodschap uitgedragen en zijn ze er onder grote offers op uitgetrokken. Wist U bijvoorbeeld, dat de Mennonieten en Methodisten, de grootste genootschappen in Amerika, uit kleine groepen Nederlandse Wederdopers en Doopsgezinden zijn ontstaan? Is U bijvoorbeeld in onze tijd het verheugende werk van de rozenkwekerij Nes Ammim in Israël bekend?
Wat men heden ten dage ook van de Zuid-Afrikaanse politiek denke, het blijft een feit, dat vele Nederlanders door de eeuwen heen om wille van het geloof daarheen uitgetrokken zijn en dat de Nederlandse Statenbijbel voor de planters daar een paar honderd jaar het zout in de woestijn is geweest. Van Amsterdam en Middelburg uit vertrokken er duizenden Hugenoten heen in de fluitschepen en Oost-Indië-vaarders om een zegen voor dat land te worden. De Boeren onder Paul Kruger stelden de Bijbel centraal. Het zou te ver voeren om hier op de geschiedenis van Zuid-Afrika in te gaan. Zeker hebben de Nederlanders zich daar "verheugd over hun uittochten" en heeft de zegen van Mozes aan Zebulun ook daar doorgewerkt.
Kan de moeilijk te begrijpen volgende zin van Mozes "dat zij offeranden der gerechtigheid zullen brengen" soms ook slaan op het Zuid-Afrika van nu? Zullen zij het misschien zijn, die als zwart schaap binnen de volkerengemeenschap, opgeofferd worden? In ieder geval hebben zowel de Nederlanders vanwege hun positie in Europa als de Zuid-Afrikanen op het Afrikaans Continent een hoge roeping en de mogelijkheid om de volkeren tot gerechtigheid te roepen, hen op te roepen tot Jeruzalem. Beide volken zijn gezegend met meertalige kennis om de boodschap van verheffing te brengen. Voor veel omstreden kwesties zou de Bijbel weer het richtsnoer moeten worden!
De Patriarch Zebulun waarschuwde zijn zonen in zijn Testament - doch voorzag tevens dat het zou gebeuren - zich niet te verdelen in vele stromingen, omdat die ieder voor zich zullen verzanden.
Waar bestaan meer religieuze en politieke afsplitsing, splintergroepen en zuilen dan in Nederland? Wel, in Zuid-Afrika, waar in een nog kleinere bevolking dan de onze maar liefst drie duizend religieuze groeperingen en sekten bestaan. Wordt ons hierin een spiegel voorgehouden van hoe het niet moet? Zeer zeker.
"Eendracht maakt macht" was het officiële devies van de Republiek der zeven (met de Generaliteitslanden zeventien) Verenigde Nederlanden. Zij waren inderdaad eendrachtig in hun gevecht tegen Spanje, doch maar al te vaak is ons land in het verleden als verdeelde eenheid te zwak geweest om internationaal gehoord te worden of om de ware geest, die verbindt, in andere volken op te roepen. In plaats van roepen tot de berg, hebben ze in andere landen verdeeldheid, vooral op religieus, maar ook op politiek gebied bewerkstelligd.
Luister naar de vaderlijke raad, die zo merkwaardig op de Nederlandse situatie slaat:
"Als jullie uiteenvalt in vele stromingen, dan zal de aarde deze verzwelgen en zullen ze krachteloos worden.
Zo zullen jullie eveneens zijn, als je verdeeld bent. Weest daarom niet gesplitst in twee hoofden, want al hetgeen de Heer het aanzicht geeft, heeft maar een hoofd"...
Het Testament der Twaalf Patriarchen (IX: 2-4)
En dan te bedenken, dat wij "zoveel hoofden, zoveel zinnen" hebben. We behoeven de Kamerdebatten maar te lezen of we weten er weer alles van.
De beste remedie tegen de verdelende hokjesgeest en onderlinge haarkloverijen is in ons land meestal een gezamenlijke fysieke strijd tegen een gemeenschappelijke belager en de meest stoere "tegenstander" waartegen gezamenlijk gevochten werd, was bij ons altijd het water. In de grote projecten van droogleggingen, dijkaanleg, en bij nationale rampen als de overstromingen (februari 1953), komen de beste trekken van ons aangeboren volkskarakter boven. In zulke ogenblikken bewijst Nederland meer dan eens, dat het diep-in géén "kleine" natie is.
Diep-in is ons volk niet tweeslachtig, het heeft geen dubbel hart, maar gaat recht door zee, ook al schijnt tegenwoordig zelfs hier te lande de dubbeltongigheid en het tussen-de-regels-door-lezen in zwang te komen, en is de Hollandse "rondborstigheid" niet meer zo "in".
Van de Zebulunieten werd in de Bijbel gezegd, dat er 50.000 "niet van dubbelhart" waren (We verlaten nu Mozes zegen en halen 1 Kron.12:33 aan). Met andere woorden: ze waren moedig en je kon op hen bouwen. Van geen andere stam wordt dit zo gezegd, toen ze zich aanboden om aan Koning David's zijde te vechten. Ook op velen van ons, Nederlanders konden de Geallieerden in de laatste wereldoorlog aan. Moge de toekomst ons weer eensgezind aan de kant van het Huis van David zien! Volgens sommigen komen alle vorstenhuizen van noordwest-Europa rechtstreeks uit het Davidische Koningsgeslacht voort.