Hoofdstuk 11.
Debora's zegen aan Zebulun:
de pen der schrijvers hanteren

Ditmaal is het een vrouw, die als Richteres in Israël haar profetie zingt voor de kinderen van Zebulun, nu vrij en thuisgekomen in het Beloofde Land.  De Zebulunieten hebben bij loting een stuk van het land toegewezen gekregen en ze hebben zojuist actief deel genomen aan de gevechten om het land te zuiveren en de tirannie van Jabin de Kanaäniet af te schudden, waartoe de vrouwelijke rechter Debora 10.000 Zebulunieten had opgeroepen, van wie ze nu zegt:

Richteren 5:8:    "De mannen van Zebulun riskeerden hun leven tot de dood toe"
(Een volk, dat zijn leven op het spel zette, aldus de Nieuwe Vertaling)

Richteren 5:14:    "Die de pen der schrijvers hanteren".
(uit Zebulun dragers van de werversstaf, volgens de Nieuwe Vertaling)

Dit betekent, dat Zebulunieten in het bijzonder bekwaam waren in het schrijven.  De vertaling "werversstaf" slaat hier ook op.  Dit laatste houdt een militaire oproep in, die blijkens Debora's uitspraak, door de Zebulunieten op schrift werd gesteld. Schrijven en rekruteren hebben dezelfde grondbetekenis, hetgeen in het Hebreeuws nog duidelijk is: men roept anderen op tot geestelijke en fysieke actie, tot het gezamenlijk zich achter iets scharen of om zich voor iets te laten inschrijven.  De aanmonstering werd op een boekrol geschreven.

Eigenlijk hebben het onderhavige boekje en de film eveneens de bedoeling om (zonder beweging- of sectevorming!) een kleine Gideon's bende van mensen te recruteren, die pal willen staan voj0r Zebulun in het ware Israel. Toch hebben deze Hebreeuwse woorden nog een andere betekenis. Het hier gebruikte "pen" betekent letterlijk "(van de boom) afgerukte, afgesneden stok of tak om mee te straffen," voor schrijven, vechten en regeren. Het werd dus speciaal in deze zin gebruikt voor het inschrijven, het aanmonsteren, het cijferen (Strong Concordantie). Het woord voor hetgeen waarOp dit gebeurt is "sepher", dat in de Bijbel een boek of een roi kan betekenen, maar ook getal waar ons woord "cijfer" van afgeleid is.
Derhalve is het niet te ver gezocht om deze woorden voor Zebulun in verband te brengen met de middelen waarmee boeken worden gedrukt en de drukletters zelf.

De Nederlandse aanspraak
op de uitvinding der boekdrukkunst

Vóór de Middeleeuwen moeten de Lage Landen al bekend geweest zijn om hun prachtig in schoonschrift op perkament getekende getijdenboeken en kronieken. Abdijen, zoals die van Egmont in Kennemerland, hadden er vele.
Wat werd echter sedert de 14e eeuw hèt middel om boeken te produceren?

Kleine "afgesneden" stukjes lood en gietvormen van letters (In het Engels wordt voor afgesneden stuk taken voor loodvormen van drukkers hetzelfde woord gebruikt (branch)).  Beweegbare letters van tin en lood, die vandaag de dag nog door drukkers worden gebruikt.  Realiseren wij ons hoe verreikend en revolutionair deze uitvinding geweest is?  Het bracht de mogelijkheid om boeken in groot aantal te vermenigvuldigen.  Wie zou de eerste worden om zulk een briljant idee, dat een revolutie in het menselijk brein teweeg zou brengen, te krijgen?  
Deze uitvinding zou leiden naar de vrijheid van het gedrukte woord, vrijheid van drukpers, en naar het toegankelijk worden van de Bijbel in de landstaal voor de gewone man.  Het was Zebulun, die de zegen toebedeeld kreeg en geroemd werd voor zijn bekwaamheid in het hanteren van "afgesneden" stukjes letters.  Kijk nu eens in onze eigen geschiedenisboekjes: "1440, Uitvinding der boekdrukkunst door Laurensz Janszoon Coster te Haarlem".
De meesten onzer landgenoten twijfelen niet eens aan de waarheid hiervan, doch in de Angelsaksische landen wordt veelal de Duitser Gutenberg als de uitvinder ervan aangenomen.  Toch hebben recente vondsten in Duitsland de Haarlemse prioriteit wel tot een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gemaakt.

Hoe verging het Laurensz Janszoon Coster?

Op de Grote Markt te Haarlem staat zijn bronzen standbeeld.  Hij heeft een langwerpig letterblokje in zijn hand, waar het in zijn uitvinding om gaat. Op de sokkel staat geschreven 1440 A.D. "Typographiae letteris mobilibus a metallo fusis inventor", de uitvinder van de kunst om met beweegbare letters te drukken, die van zink of lood zijn.

Coster vond een primitieve manier van drukken met losse lettertypen, die hem in de Kerstnacht van 1440 ontstolen werden door zijn knecht Jan, die ermee naar Mainz in Duitsland vluchtte, waar het vermoedelijk in de handen van Gutenberg kwam.  Deze moet Coster's methode verfijnd hebben en deed in 1448 zijn beroemde Bijbel van Gutenberg het licht zien.  Na een eeuwenlang touwtrekken tussen Hollanders en Duitsers (waarover een uitgebreide literatuur in onze wetenschappelijke bibliotheken bestaat), schijnt men onlangs toch wel tot een slotsom te zijn gekomen.  Dit vooral nu er enige jaren geleden in Keulen een 15e eeuwse Kroniek herontdekt is, waarin vermeld wordt, dat reeds vóór 1450 in Holland, op een technisch minder ontwikkelde wijze dan Gutenberg deed, moet gedrukt zijn.  Bovendien zijn er nu in Mainz astronomische kalenders aan het licht gekomen welke blijkens de primitieve druk van vroeger datum dan die van Gutenberg moeten zijn (zie o.m. Modeme Encyclopaedie der Wereldliteratuur onder Coster; in de Encyclopaedia Britannica, deel 2 en 18, 1961 noemt men "Laurens Coster van Haarlem degene, die de grootste aanspraken maakt op de eer het boekdrukken te hebben uitgevonden en als de enige man, wiens naam met de druk van Gutenberg in verband wordt gebracht, waarom hij dan ook door enige geleerden als de uitvinder van het drukken wordt beschouwd").
"Onze" Coster krijgt steeds betere papieren!

De Nederlandse kunst van het drukken en schoonschrijven staan opvallend goed te boek

Hoe dan ook de waarheid van deze geschiedenis geweest is, een feit blijft het, dat de Nederlanders vanaf de vroegste tijd tot in onze dagen wereldberoemd waren en zijn als drukkers, als kalligrafen (schoonschrijvers), als pentekenaars, kortom als al degenen, die de "pen des schrijvers" weten te hanteren!  Een typisch Nederlandse vorm daarvan was de pennevrucht in één lijn; waarvan hier ter illustratie een werkstuk van Jan van de Velde de Oude uit de 17e eeuw zijn weergegeven.

Twee van zijn beste calligrafieën drukken de Wondere Parallel tussen Zebulun en Holland uit, de ene is de schrijver's pen (zie bij het begin van dit hoofdstuk), die weliswaar niet een trek vormt, maar wel een zeer mooi voorbeeld van schoonschrift is; de tweede is een Oost-Indiëvaarder (hierboven), ofwel het schip in kalligrafisch schrift, als een combinatie van Zebulun's symbool en Debora's profetie.  Dit embleem van de Admiraliteit is in een lijn getrokken! (Van de Velde begon met de punt onder de fok).

In de internationale drukkerstaal zijn de letters van Nederlandse oorsprong gemeengoed geworden, zoals bijvoorbeeld de "Plantin", welke ons herinnert aan Christoffel Plantijn, die in de 16e eeuw te Leiden en Antwerpen voor koningen, politici en wetenschapsmensen uit heel Europa te drukken kreeg.  We kennen talloze andere Nederlandse namen waarvan sommigen tot hele generaties drukkers werden, welke in het buitenland nog steeds een begrip zijn, zoals bijvoorbeeld Elsevier (van de 16e - 18e eeuw in Amsterdam, de huidige Elsevier's Uitgevers Maatschappij is daar geen voortzetting van in de rechte lijn) en de familie Enschede.  Van deze laatste staat nog altijd een nazaat aan het hoofd van de beroemde Haarlemse drukkerij, waar onze postzegels, ook die van vele andere landen sinds 1864, alsmede ook ons geld gedrukt worden.  Het zijn maar een paar voorbeelden om te onderstrepen, dat de Nederlanden (Vlaanderen zeker ook!) op dit gebied al van het begin af zeer vooruitstrevend en van hoge kwaliteit zijn geweest.  Op de kunst van het schrijven en drukken heeft in ons land steeds zegen gerust.  Indien ergens in de westerse wereld het "epitheton ornans", de eretitel, gegeven door de profetes aan Zebulun, bewaarheid is geworden, dan is dat wel in onze Lage Landen: Nederland verdient door de eeuwen heen de Bijbelse titel van "wervers met de schrijversstaf".

Holland was altijd een toevluchtsoord (haven) voor de vrijheid van het gedrukte woord

Waar konden vluchtelingen in de 16e-17e eeuw hun godsdienstige en andere gedachten in vrijheid gedrukt krijgen?  In de democratische Nederlanden, waar toen al "alles kon"!

Hebben we hier geen opmerkelijke combinatie van Jacob's zegen aan Zebulun van het zijn van een veilige haven, met Mozes' woorden van zegeningen in het met vreugde uittrekken?  Denk aan alle in Holland gedrukte boeken, welke in de Gouden Eeuw van ons land uitgingen!  Ook Debora's profetie, dat Zebulun's talent in verband met "sepher", het boek, gezegend zou worden, komt hier duidelijk te voorschijn.

Tussen de 15e en 18e eeuw woonden in ons land de onbestreden meesters op het gebied van het gedrukte woord en ook nu weer zijn het de Nederlanders, die de nieuwste methoden van kunstdruk het beste kunnen hanteren, getuige bijvoorbeeld de drukorders, die in de 60er jaren met name uit Amerika ons land binnenstroomden.  Overigens is dit niet bedoeld als een ons zelf op de borst slaan, maar de objectieve constatering van alleen maar feiten, zoals o.a. uit de Encyclopaedia Britannica (deel 18, 1961 onder printing) blijkt, waarin te lezen staat, dat "zelfs Engeland voor het gieten van drukletters en zetsel volledig van de Hollanders afhankelijk was" (tot in de 18e eeuw).

De kleurendruk en lichtdruk is van recentere datum en heeft zich ook vooral weer in Nederland tot grote hoogte ontwikkeld.  Een opvallend voorbeeld hiervan ziet U in dit boekje, waarin de drukker de gewone dia's omtoverde tot hetgeen U hierbij vindt.  Vooruitlopend op de lichtprofetie voor Zebulun is de grote bekwaamheid van onze Nederlandse drukkers in de fotografische ontwikkeling, dus o.a. met de hulp van licht, toch op zijn minst een markante, modeme wondere parallel!

Hollands' uitblinken in cartografie,
een herinnering aan Zebulun?

De Nederlanders hebben altijd uitgeblonken in het maken van landkaarten en de cartografie voor de zeevaart.  De Britse Encyclopaedie, die ik telkens aanhaal, omdat deze internationaal en objectief is, schrijft onder atlas: "In de 17e eeuw waren de Nederlanders het voortreffelijkst in het maken van landkaarten, die op de graad nauwkeurig waren, zoals bij voorbeeld de atlassen van Mercator, W. J. en J. Blaeu, H. Hondius, J. Janssen en N. Visscher" (deel 2, 1961) en verder "omstreeks 1600 had Amsterdam Antwerpen als centrum van industriële cartografie in de Nederlanden voorbijgestreefd en was de 17e eeuw de grote tijd van de Nederlandse landkaartenproductie", (idem dee1 14 onder map).  Vlaamse cartografen gaven de eerste stoot aan deze kunst in Engeland.

De allereerste Zee-atlas, de Spieghel der Zeevaerdt, werd in 1584 in Nederland gemaakt en gedrukt, gevolgd door vele andere.  Daardoor konden de zeelieden van die dagen de Spanjaarden te vlug af zijn.  Van alle Zeenaties waren zij het beste toegerust om de Zeven Zeeën te bevaren.

Realiseert men zich, dat onze geschiedenis hier letterlijk de wondere parallel met Zebulun aantoont?  Zebulun, die de pen der schrijver hanteert om de zeestromingen in kaart te brengen, opdat de schepen hun havens veilig zouden binnenvaren.  Hoe kunnen we zo blind zijn het nooit eerder gezien te hebben?!

Niet alleen kaarten, maar ook het zeerecht werd het eerst door Nederlanders ontworpen en vanaf de 17e eeuw ook internationaal toegepast.  Hugo de Groot, bekend om zijn ontsnapping in een koffer uit het slot Loevestein, is de grote man van het internationale zeerecht.  Zijn wetten vormen na drie eeuwen nog de basis voor de internationale territoriale wateren.

Hollands uitblinken in hydrografie,
zoals Zebulun, de patriarch voorschouwde

De Nederlanders hebben ook altijd uitgeblonken in het in kaart brengen van en het voorspellen hoe de waterlopen, de stromingen en de zandbanken zich verplaatsen, enzovoort.  Het best kan dit in onze tijd gedemonstreerd worden aan het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, dat heden ten dage een Instituut van wereldfaam is.

Hoe Zebulinistisch is het om ingenieurs en technici, gespecialiseerd in het bouwen van huizen, het aanleggen van dijken en droogmakingen, om juist hen als de beste deskundigen, geschoold in hydrografie en het werken open in moeilijke bodem naar het buitenland uit te zenden.  Daarbij weerklinken Mozes' woorden: "Verheug U over Uw uittochten".  Zie Zebulun, met de tekenaarspen in de hand, als een architect gebogen over de tekentafel, om de grote lijn te ontdekken in de gelding en erkenning van het samenspel der elementen.

Centrale positie van het boek
in de Nederlandse woning

Boeken en het gedrukte woord in het algemeen zijn een levende werkelijkheid voor ons volk.  Onze voorouders waren belezen en ook nu is in vrijwel iedere Hollandse huiskamer een plank met een paar boeken te vinden, die ook echt gelezen worden en er niet alleen voor de show staan.  Ruwe statistieken geven aan, dat 60% van de bevolking in Nederland leest tegen 20% in Amerika.  Nu zegt dat natuurlijk niet zo veel over de kwaliteit van het gelezene.  Toch slaan we bepaald geen slecht figuur in vergelijking met het buitenland, vooral als men bedenkt, dat velen onzer vier talen kunnen lezen.  De gemiddelde Nederlander, van hoog tot laag, leest in het algemeen veel en ook het zelf schrijven wordt druk beoefend.  De kwaliteit van de Nederlandstalige schrijvers is over de gehele linie hoog en de kwaliteit groot, vooral als men er Vlaanderen, Zuid-Afrika en de Nederlanders in het buitenland bij rekent.  Dat is ongeveer 20 miljoen mensen.  
Door de taal-barriere wordt onze literatuur door het buitenland erg onderschat.

De schrijverspen hanteren voor Sint Nicolaas

Dit is maar een grapje.  En toch.., waar ter wereld behalve in Nederland kun je rond 5 december zo'n bijna "dwaze" en tegelijk onuitroeibare traditie vinden, dagen waarin iedere Nederlander plotseling een dichter wordt en geschenken geeft, die vergezeld dienen te gaan van onzinnige, lachwekkende, vlijmscherpe en hekelende gedichten in kreupelrijm en het oer-Hollandse Sinterklaasrijm met surprise? 
Bij het bewerken van de Engelse editie is het vandaag toevallig 5 december, een zondag, waarop weer miljoenen landgenoten anoniem, alsof ze Sinterklaas zelf waren, de "pen van de schrijver hanterend" in de voetsporen der Zebulunieten volgen, al is het dan ook met pijn en slechts een "heerlijk avondje"!  Maar o wee, wat bittere smart, als het Nederlands karakter van murmureerders en kankeraars weer boven komt en men elkaar bevecht met "Het gouden puntje van de pen (is) 't felste wapen dat ik ken" (Vondel).

Des schrijvers' pen een zegen,
doch bij vals "werven" een vloek

Evenals bij de vorige zegeningen kan het volk deze in een zelfgewilde vloek omzetten, indien ze zich verwijderen van de kosmische wetten van God, die voor Israël werden opgetekend.  In Debora's dagen werd Zebulun binnen het Beloofde Land aangesteld om te heersen over edelen, met als specifieke taak, hen door de God van Israël opgedragen, om te werven en te straffen met de pen (Richteren 5:13-14).

Wat zien we tegenwoordig in Holland?  Nederland, dat altijd een bufferstaat is geweest, blijkt nu een ideologisch slagveld van de vrijheid van het gedrukte woord te worden.  Ons land is een vergaarbak van internationaal vuil.  Wat in andere landen nog niet gedrukt mag worden, kan vrijelijk geloosd worden in Nederland, alsof het de psychische tegenhanger is van het verontreinigende water in de rivieren Rijn, Maas en Schelde, waardoor onze Delta de riool van het buitenland is. 
De term "psychische milieuverontreiniging" is U al welbekend. "Geestelijk riool" is nog maar een zachte term voor hetgeen er uit kanalen van oostelijker buren binnendringt aan literatuur ter gretige overname in scholen, ziekenhuizen, kerken, huiskamers.  Sexblaadjes schieten hier als zwammen uit de grond op en het "Rode boekje voor Scholieren" is uitgerekend in Amsterdam geschreven en uitgegeven.  Genoeg van dit minderwaardige gedoe.  Ik verknoei Uw tijd en dit papier niet met verdere voorbeelden.  Het gaat alweer om de algemene idee achter dit boek:

Een volk, dat, zoals de Hollanders, een wonderbaarlijke gelijkenis vertoont met een stam van Israël, in dit geval Zebulun, kan afvallig worden en zich verwijderen van zijn Schepper en zijn ware bestemming, en het daarin gezegend zijn.  Zo'n volk kan die duidelijk omschreven zegeningen in hun tegendeel doen verkeren en deze tot een bezoeking voor datzelfde volk maken.

Zo ook met de zegen van Debora.  Holland is tegenwoordig overstroomd met "rubbish" in verschillende "tongen" in boekvorm en hier kan weer een verband gelegd worden: het wordt een smerige haven en tehuis voor onbehuisden (omgekeerde van Jacob's zegen) voor klaplopers en uitmelkers op psychisch drijfzand, hetgeen schatten aan geld opbrengt (Mozes' zegen op zijn kop), waarbij gegnuifd en gegrijnsd wordt over de in- en export van modder (omgekeerde van Mozes' woord over verheugen), en zo gaan ze uit om de mensen naar de toren van Babel te roepen, waar verwarring heerst (in plaats van naar de Berg Jeruzalem).
Men probeert aan alle kanten om de jongere generatie te werven voor acties, waarbij de pen en de pers worden misbruikt (de omdraaiïng van Debora's lied), voor een dubbelhartige, valse moraal, waardoor met name het gezag te slap wordt om nog pal te staan aan de zijde van het goede (precies andersom dan Zebulun onder David), terwijl de moedige mensen met het hart op de rechte plaats één voor één wegtrekken of verdwijnen (inplaats van bij duizenden, zoals Openbaring 7 beschrijft, ingezameld te worden).

Als de geestelijke tegenhanger van de angstwekkend grote noodzaak om het verontreinigde water in Nederland te zuiveren, is het nodig om een keurtroep van psychisch gereinigde Nederlands Israelieten (dat zijn niet alleen de Joden, dat bent ù indien U hierdoor aangesproken wordt!) te werven, een schoonmaakdienst van mensen, die, zelf zuiver en helder van geest, de onreine geesten van Beëlzebul uit ons Huis van Zebulun weten uit te drijven.  U weet, Wie het ons voordeed, het was Degene, die zei: "Ik ben het Licht". Laat het inwendige van de huizen en van de zielen van het volk, ons Nederlandse volk, ingelicht, verlicht en weer lichtend worden.  Dan zullen zij, dat zijn wij, de eersten zijn, die van roet gezuiverd, zullen gaan stralen, zoals het geprofeteerd werd door Jesaja: "In het land van Zebulun ... zal voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, het licht opgaan"; in een Engelse vertaling: "zal licht tevoorschijn springen, openbarsten" (Mattheus 4:14-16).