Hoofdstuk 12.
Jesaja's profetie
voor het land van Zebulun
en het licht in Nederland

Jesaja 8:23, 9:1:    "Zoals Hij in het verleden smaad bracht over het land van Zebulun, zo brengt Hij in de toekomst eer over de weg der zee...  Het volk dat in duisternis wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in het land van diepe duisternis, straalt een licht." (Nieuwe Vertaling)

Deze tekst wordt meestal met Kerstmis aangehaald, omdat dit gedeelte de passage omvat waarin de komst van de Messias wordt voorschouwd.  Dit is terecht, maar kijk eens dieper.  Jesaja was Israël's grootste profeet en dichter in de 8e eeuw voor onze jaartelling.  Hij spreekt over het land van Zebulun en deszelfs bevolking.  Waar zijn ze?  Zoals U weet, kent het Hebreeuws geen verleden noch toekomende tijd en drukt deze taal zich altijd in het heden uit.

Jesaja is kortgeleden ooggetuige geweest van de massa-deportaties der tien stammen Israels.  Onder hen, die weggevoerd werden naar Assyrië om vandaar nooit terug te keren naar Palestina, bevond zich de stam Zebulun.  Ze waren geen Joden, ze zijn Israëlieten.  Hun stam was uitgegroeid tot honderdduizenden.  Zebulun in zijn geheel was smaad aangedaan en ze waren uit het Heilige Land gezet en nu aan het zwerven geraakt onder andere namen. (Over deze namen, die hierbij ter sprake komen, wordt in dit boekje niet uitgewijd.  Historisch bekende volkeren, zoals de Sakka (Saksen), Cimmerioi (Kimbren),  Getae (Gothen),  Kelten en Scythen,  Bataven en Sueven komen erbij te pas.  Zie de literatuur over de migraties. Wijzelf hopen hierover nader te schrijven.).  Verder is er tot nog toe historisch niets meer bekend over de stam Zebulun.  Toch moeten zij ongetwijfeld deel hebben uitgemaakt van de volkerentrek naar het westen en gedachtig aan hun bekwaamheid in het bouwen van schepen en navigatie, zullen zij ongetwijfeld de zeeroute via de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan gekozen hebben.  Ook kan aangenomen worden, dat ze groter voorkeur gaven aan het afzakken van de grote Europese rivieren per schip dan aan de weg over land.

Het is hier niet de plaats om in te gaan op de volksverhuizingen.  Er is voldoende historische grond voor het meer dan waarschijnlijk zijn van een dieper verband tussen de Zebulunieten, die Jesaja zag wegtrekken en onze pre-Romeinse voorouders, zoals de Bataven, de Friezen, Kimbren, Kelten en Saksen.

Het is niet zo vreemd als U wellicht denkt, wanneer een profeet in een visioen twee tijden en twee plaatsen schouwt.  Hij ziet de ontvolkte woestenij van Zebulun ten westen van de Jordaan, waar op een dag de Messias, het Licht, zal wandelen.  Hij ziet tevens óók de Zebulunieten, die geteisterd worden door de zee in een land van schemer en duisternis, waar zij het Licht zullen zien dagen.

De Lage Landen door de zee bezocht

Is er enig ander land in het westen, dat sinds onheuglijke tijden zoveel rampzalige overstromingen heeft gekend als onze Lage Landen?  Wij kennen hier niet de regelmatig overstroomde rivieren, zoals in India, maar het zijn de onverwachte aanvallen van een kokende en bulderende zee, in een woeste aanval op het land en haar beschaving.  Onze historie en legenden spreken van dramatische rampen, waarbij de Kimbrische Vloed (merkwaardige naam) vóór onze jaartelling en de St.Elisabethsvloed, die in 1421 de Biesbosch onder water zette, wel de ergste waren in ons collectief geheugen.  Doch ook aan de rampnacht van 1953 dragen velen onzer (nog persoonlijke) herinneringen met zich mee.

Jesaja's profetie over het land, dat door de zee geteisterd werd, was toen weer actueel en niet alleen predikanten, maar ook de eenvoudige gelovigen, die de ramp meemaakten en hun mensen en vee in de huizenhoge golven hadden zien verdwijnen, werden getroost met de woorden, die Jesaja meer dan 2700 jaar tevoren had gesproken.  "In het land van schaduw en dood is hen een licht opgegaan".  Wij werden hier letterlijk tot het volk waarover Jesaja sprak.  

Doch wie beseft, dat de profeet het land van Zebulun zag, in zijn tijd niet eens aan zee gelegen, en dat wij zijn woorden zelfs letterlijk op onszelf mogen betrekken? Wie weet, dat wij dit land van Zebulun aan de zee zijn? Wij zelf! 

Deze profetie gaat immers nog verder.

Eer en glorie door de zee

De vertaling van deze zinsnede uit Jesaja 8: 23 en 9: 1 wordt in het Engels anders opgevat dan in het Nederlands.  Daar is veel over geschreven (zie literatuurlijst) en het is een van die beruchte twistpunten, waarbij beide vertalingen alleen maar weer op een verschillend niveau liggen.  De Engelse versie luidt: "zoals hij het land van Zebulun in het begin lichtelijk bezocht, zo teisterde hij haar later méér door middel van de zee".  In het Nederlands lezen we steeds, al bij Pieter Keur, dat het land eer en glorie krijgt langs de weg der zee, ná geteisterd (gesmaad) te zijn.  "Alsoo heeft Hij het in het laetste heerlick gemaeckt na den wegh zeewaerts aen".  De kanttekening van Pieter Keur vermeldt hier in 17de eeuw Nederlands:

"Verstaet hier door het lant Zebulun .... het lant der tien stammen, die de Profeet hier noemt, om dat de verlossinge eerst in deselve begonnen heeft, t.w. door de predicatie Christi", en "ten laetsten, in de laetste tijden". 

Onder zee verstaat hij dan het Meer van Galilea, hetgeen natuurlijk profetisch eveneens juist is.  Het gaat hier om het feit, dat beide versies juist kunnen zijn: zowel erger rampen door het water als eer en glorie via diezelfde zee in de laatste tijden.

Hier zijn we beland bij een van de kernpunten van onze wonderbare parallel.  Is er nog een onvervulde profetie voor het land van Zebulun?  Hoe kon de zee in Bijbelse tijd eer brengen, aan het volk van Zebulun, dat in duisternis zat, in donkerheid wandelde?  Een volk, dat wel land aan zee in Palestina was beloofd (de kuststreek waar Acco nu is), maar dat voor onze jaartelling nooit aan de zeekust woonde? (De stammen Aser en Manasse bezetten het, uit Jozua 19:10-16 blijkt, dat Zebulon in Bijbelse tijd niet aan zee woonde.  Aser en Manasse sloten Zebulon van de zee af; zie Jozua 19:27 en 17:10; de vervulling van de zee-profetie moet Zebulon dus in de ballingschap ten deelzijn geva/len.).

Welk land heeft meer eer en glorie via de zee ontvangen dan Nederland steeds weer na duistere tijden?  De Deltawerken en het sluiten van de zeearmen, wat men ook over de noodzaak ervan denke, doen ongetwijfeld de status van Nederland eer aan.  Beseft U daarnaast wat het oer-Hollandse begrip "Hollands glorie" eeuwenlang voor onze voorouders betekende?  Hoe dit woord ook nu nog Nederlandse harten in vervoering brengt?  In de duistere tijd van de tweede wereldoorlog stond in mijn vaders cel van de politieke gevangenis in Scheveningen (het Oranjehotel) op de muur de bekende zin:
"In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie, potverdorie".

Toch slaat deze profetie ook nog op later dagen.  Ik geloof, dat we dit óók heel letterlijk mogen nemen.  Denk eens in termen van letterlijk zeewater.  We weten allen hoe donker en droevig het er met onze zeeën voor staat.  Zou het aan de Nederlanders, aan modern Zebulun, voorbehouden zijn om uitvindingen te doen op het terrein van het zeewater zelf?  Voor het zuiveren, het weer tot leven wekken van de vermoeide zeeën!  Ons land zou veel eer kunnen inleggen met het daadwerkelijk helpen tot behoud van de zee en haar zegeningen.  In het jaar 1971 is hiertoe, alhoewel mager, een begin gemaakt.

"Glorie" van het Evangelie of kerstening
van onze kusten via de zeeweg

Op nog een ander niveau van interpretatie kan men Jesaja's profetie in de Lage Landen zien als het licht van het evangelie, dat via de weg overzee naar onze eilanden en kust werd gebracht.  Doordat onze geschiedenisboekjes vaak misleidend alleen maar de kerstening van onze "barbaren" vanuit Rome in de 7e en 8e eeuw noemt, beseffen de meeste Nederlanders niet eens, dat al in het jaar 50 A.D. de blijde boodschap van het Licht door apostelijke mannen naar onze kusten werd gebracht.  Het was de apostel Philippus zelf, die hen vanuit Gallië zond.  Waarom zou een van de Zeeuwse eilanden toch St. Philipsland heten?  Dit is een nog onuitgezocht gebied, waar het licht van het verleden alleen nog maar een glimp van heeft laten zien, toen kortgeleden werd ontdekt, door het opvissen van de Nehalennia-altaren, dat de beide Schelde-mondingen gediend hebben als belangrijke internationale handelsroute tussen Albion, Germanië en Gallië.  Werd via deze weg overzee de eer en glorie van een Messias, gekomen voor het verloren Huis van Israël, het eerst in Zebulun als een lichtbron geaccepteerd?  In ieder geval kwamen de Ierse en Britse monniken in de 5e en 6e eeuw over de Noordzee en brachten het evangelie, waarvan de Annalen van de Abdij van Egmont getuigden.  Deze bezat in de 15e eeuw een bibliotheek van 150 handschriften. (Verder zie men Smallegange's Kronyck van Zeelandt).

Het licht in Nederland

Sprekend over het licht in Zebulun, weten we allen dat vele, zeer vele schilders, cineasten en fotografen altijd bijzonder zijn aangetrokken door het licht in Nederland. Onze grootste schilders, Rembrandt, Vermeer, Pieter de Hoogh, Van Ostade, zijn beroemd omdat ze het licht wisten te schilderen. En hoevelen uit andere landen kwamen telkens weer naar onze gewesten..?

Waarom wil men het steeds wisselende licht in Holland vangen?  Is er hier soms een symbool of een geheimenis verborgen in het alledaagse feit, dat ons vlakke land door bijna stilstaand water, wit schuim van de zee, blanke duinen en zoveel meer, als een platte spiegel functioneert, waarin het licht met de steeds op de grens van land en water wisselende wolkenvelden reflecteert, weerspiegeld op een unieke manier?

Ook weerkundig zijn de Lage Landen een bufferstaat tussen de zee en het continent.  De immer waaiende wind speelt een altijd durend spel met deze wolken. Het geeft die oneindige variatie van licht- en schaduwplekken op de roodachtige huizen, op hun groenige land, het blauwige water en de gelige stranden.  Het zilverachtige samenspel tussen water, lucht en zonlicht creëert "het" in Holland, wat buitenlanders "typical Holland" noemen en waartoe kunstenaars en toeristen nog steeds naar onze gewesten trekken.  Maar hoe lang nog?  Stinkende grachten en vuile sloten en vieze luchten doen hun uiterste best om in de kortst mogelijke tijd onze "eer en gloria" van zilveren uitstraling te vernietigen.  Voorgoed?  Ziet U dat zelfs hier weer een zegen en een vloek voor Zebulun en voor ons land samenvallen?  Volgens Jesaja zal het land van Zebulun het eerste gezegend zijn met de terugkeer van het licht, dat "zal opspringen".  

Voor Nederland was schoon water, licht en lucht altlid een natuurlijke zegen, die men niet eens meer als een wonder zag.  De vloek, die hieraan parallel loopt is een Holland, dat zichzelf snel bezoekt met verontreinigd water en vervuilde lucht en dat daardoor haar eer en roem van licht-land te zijn tot een aanfluiting maakt.  Juist onze natuurlijke ligging wordt dan tot een vloek en de schone spiegel, waarin wij leven, is hard op weg om dof en grauw, als ongepoetst zilver, te worden.  

Die spiegel reflecteert weer in onze zielen en stemmingen, waardoor het volk collectief tot een grauwe, lichtloze massa wordt, dat in duisternis wandelt en handelt.  Dringt dit tot U door?  Nóg zijn we vrij om het tij te keren.  De Nederlanders als een volk van Israël kunnen nog en weer een voorbeeld worden. Wanneer we de parallel tot het einde toe doortrekken, dan zal in de toekomst Nederland het licht het eerst zien terugkeren.

Het licht dat binnenskamers
in de harten en woningen zal komen

Een jonge man van bijna twee meter lang met hazelhoot-bruin haar tot over zijn schouders vallend en met onweerstaanbare staal-blauwe ogen (volgens de brief van Publius Lentulus), verscheen plotseling, "sprong op" in Galilea, het land van Zebulun en sprak de woorden: "Ik ben het Licht".  Hij was rechtstreeks naar het gebied van Zebulun gekomen nadat hij in de woestijn verzocht was geworden om zich te buigen voor Beëlzebul en zijn trawanten.  Wat zegt Johannes de Doper daarover? "Bekeert U, want het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen" (Mattheüs 3: 2).  Wat doet deze jonge man?  In het land van Zebulun begint hij, begint Hij met het genezen der bezetenen.  Hij werpt de vrienden van Beëlzebul uit en laat hen zwijnen bezetten, die zichzelf doden.

Dit beeld in al zijn heftigheid is actueel voor ons land.  Ik wil niet preken.  Het zijn de harde feiten.  Hij is de Weg en het Licht.  Hij dient de Heer onzer woning te zijn.  Geen ander om te volgen.

De wonderlijke parallel wordt een ware parallel

Nederland, land van licht, dient eerst gereinigd te worden van zijn ziekten, om tot Zebulun te kunnen worden, tot woning van de opgehevenen.

Indien het waar is, dat vele delen van de aarde vernietigd zullen worden door een vuur-ramp, dan zal de atmosfeer letterlijk zo donker en verduisterd zijn, dat de zon er zwart zal uitzien (2e Brief van Petrus: 3 en Mattheüs 24:29).  Zodra dit komt, zegt de Bijbel "ga in Uw binnenskamers en wacht".  Daarbinnen zal licht zijn.  Er zal licht zijn in iedere binnenkamer, die gereinigd is.  Zoals in de dagen van Mozes, toen Egypte in duisternis was, terwijl de Israëlieten door het Shekinah-licht (Shekinah gloria!) omstraald waren, zo zal het in de toekomende tijd weer gebeuren - en Zebulun zal het licht als eerste zien.  Nederlanders, die zich bewust zijn en worden, dat de wondere parallel een wonderlijk ware identiteit is, zullen zich gaan opdragen als kinderen van Zebulun; gereinigd en geheiligd, zullen zij veilig wonen en het gezegende Licht als genade zien terugkeren.

EEN HERREZEN NEDERLAND, EEN OPGEHEVEN ZEBULUN, ÉÉN EN HETZELFDE VERLICHT VOLK, WAARBINNEN HET BEVEILIGD ERF BEWOOND WORDT DOOR ZIJN GLOREND LICHT.