Hoe dit boekje er dan kwam

U hebt zojuist de aanhef in het voorwoord van George Thompson gelezen.  Dit slaat zo mogelijk nog meer op deze Nederlandse bewerking dan op de oorspronkelijke door mijzelf in het Engels geschreven "Strange Parallel".
In september 1971 kwam dit laatste uit, kort voor de eerste vertoning van de gelijknamige film in de buurt van Edinburgh in Schotland, welke spoedig gevolgd werd door voorstellingen in Birmingham, Bournemouth, Glastonbury in Engeland.

De Engelse editie is inmiddels aangeslagen bij de meest uiteenlopende groepen en individuele mensen, zoals Orthodoxe Joden (United Israel World Union, David Horowitz), Evangelisch Duitse missionarissen (o.m. de Rauschenberg, F. Braun), onder jongeren en studenten in Birmingham en Manchester, bij Zevende Dags Adventisten en bij andere bijbelkennende Anglo-Israël-groepen zoals de redactie van het maandblad "Identity" in Vancouver, Canada, en vrienden binnen de British Israel World Federation in London.

In ons land ondervond de Engelse editie totnogtoe, begin dec. '71, belangstelling van de bladen de Kaarsvlam, het Nieuw Israelitisch Weekblad, De Telegraaf, en Een Nieuw Geluid.

Dit alles heeft een uitgave in het Engels van dit specifiek Nederlandse onderwerp, voorafgaande aan een Hollandse bewerking, ten volle gerechtvaardigd.  Het bewijst tevens, dat de inhoud ervan niet slechts appelleert aan gelijkdenkenden.  Volgens het typische Nederlandse begrip van "zuilen" kan men dit boek over Zebulun niet indelen.  Trouwens, de schrijfster zelf en haar man zijn alleen maar lid van een tennisclub en scharen zich onder de Vrienden van Veere en die van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.  Verder zijn ze vrije vogels en nergens bij aangesloten.  Wel echter zijn ze diepgaand verontrust over hetgeen er in Nederland gebeurt.  Vanuit de positieve geloofsovertuiging, dat individuele en nationale terugkeer tot de goddelijke en kosmische Bijbelwetten voor het echte en gehele Israël ons enige behoud is, werd dit boek uiteindelijk geschreven.

Het blijkt nu, dat de gedachte in dit boekje samengebundeld, zich zeer snel vermenigvuldigd heeft en zelfs al op muziek gezet is, getuige bladzijden 116,117,118 en 119 in het boekje - Zebulon-hymne.  Zo vlug, dat er van verschillende kanten op een Nederlandse bewerking werd aangedrongen.  Daartoe heeft ongetwijfeld voor mij medegewerkt het verheugende feit, dat de Rijks VoorlichtingsDienst (RVD) de film, die in het tweede deel van dit boekje ter sprake komt, professioneel genoeg achtte om door hen officieel te worden uitgebracht.

De feitelijke trompetstoot ertoe gaf echter onze bevriende musicus Niek Scheps, die na vier keer lezen van Strange Parallel werd geïnspireerd en binnen negen dagen een Zebulon-Hymne schreef voor zijn kinder- en gemengde koren in Voorburg en Scheveningen.  Een hymne, die hij nu met honderdveertig zangers uitvoert als Kerst-premiere in Voorburg en in de oude Scheveningse Visserskerk, de historische en zo uitermate Zebulunitische plek, zoals U na lezing van het boek kunt begrijpen, een kerk, die D.V. getuige is van de eerste vertoning der film Wondere Parallel binnen haar muren op 22 januari 1972.

Niek Scheps was bereid om de woorden en muziek van zijn lied, geschreven voor koor, orgel en trompet, in dit boek te laten opnemen, waarvoor ik hem van harte dank. Hij en zijn koor zijn de beste stimulans geweest voor de onderhavige uitgave in onze eigen taal, die ik speciaal voor Nederlandse lezers bewerkt heb en die derhalve war details betreft hier en daar enigszins afwijkt van de Engelse.  De grote lijn en de uiterlijke vorm zijn echter zo veel mogelijk gelijk gebleven met dien verstande dat de Heer G. J. C. van Esch van Grafische Bedrijven P4 in Den Haag de eerste Engelse kinderziekte met modern Hollands drukkersinzicht overwon, waarvoor wij in hem de Nederlandse drukkunst als metterdaad de betere ervaren (zie Hoofdstuk 11).

...En zo kwam het er dan.  Na tien jaar onderzoek uiteindelijk nog snel.  Het werd door mij binnen drie weken geschreven, in de vroege ochtenduren van de zomerse julidagen 1971 in de rustige Haagse Vogelwijk.  Het voornaamste doel van dit werk is om belangstelling te wekken voor een geheel nieuwe manier van Bijbel-lezen.  Er is mij gezegd, dat ik een nog onbekend principe heb ingevoerd, een principe, dat het resultaat is van mijn systematisch onderzoek.  Het beginsel is op zichzelf heel eenvoudig:

Ik las een naam in de Bijbel en begon met lijsten te maken van alle verwijzingen naar en van dit speciale woord in de verschillende concordanties.  Ik gebruikte daartoe in het Engels James Strong en Gesenius.  Daarna legde ik die Bijbelgedeelten, waarin het woord voorkwam in alle Engelse en Nederlandse vertalingen, die ik tegenkwam of zelf terugvond, naast en parallel aan de cultuur en de geschiedenis, het karakter van de huidige situaties in ons land.  Ik realiseerde me al spoedig, dat ik zelf Hebreeuws diende te leren, en ik kreeg daartoe de kans door gedurende de jaren 1964-1968 onder het gehoor te zijn van de eminente, zo omstreden en uit ons land vertrokken professor F. Weinreb, schrijver onder meer van "De Bijbel als Schepping", waarvan de eerste druk in 1963 verscheen. (Servire, Wassenaar).

In deze jaren werden mij de diepere betekenis van Hebreeuwse woorden en hun getalswaarden geleerd.  Dit laatste heb ik in verband met Zebulun met opzet in dit onderhavige boekje, als een apart veld van onderzoek, achterwege gelaten.

Dankzij de bestudering van de verborgen betekenis der Hebreeuwse letters werd mij bijvoorbeeld de parallel ingegeven van de naam Zebulun met ons nationaal bezit: de Hollandse poldermolen met inwendige watervijzel. 

In deel I kunt U lezen hoe de resultaten van mijn onderzoek als een legpuzzel in elkaar passen, wanneer U de moeite neemt om de opeenvolging der Bijbelboeken, zoals ze ons Protestantse volksdeel via de Statenvertaling eeuwenlang zijn overgeleverd, als leidraad aan te nemen. Ik heb dus niet de Joodse indeling van Tenach gevolgd. Ik ben mij ervan bewust, dat het neergeschrevene slechts een begin is, het aanzetten van de hoofdlijnen en dat er nog vele onderdelen over bijvoorbeeld de betekenis van Zebulun's zonen en de toegewezen steden nader kunnen worden uitgewerkt. Het gaat nu eerst om die hoofdlijnen en ik hoop, dat het voldoende is voor U als lezer om een eerste glimp te ontvangen van de blauwdruk, die de Schepper schonk aan een dooreengevlochten kring van volkeren en enkelingen daarmee verbonden, als een inzicht in het weer terug-ingezameld worden in het twaalfvoudig Israel, dat voor het uiterlijk oog nog slechts in wording is.

Zelf heb ik me ternauwernood gerealiseerd, dat ik tot iets werkelijk nieuws, dat er nog niet is, opgeheven ben geworden. Onder degenen, die inmiddels de naar voren gebrachte parallel als een persoonlijk voor hen geldende waarheid zien, zijn er, die gezegd hebben het bij 6erste lezing zo vanzelfsprekend te vinden, dat het nieuwe erin hen eigenlijk niet eens opviel. Dat komt pas bij herhaalde lezing en doordenking van de consequenties. Zo ook bij het zien van de film: bij een eerste zien lijkt het een aardig toeristisch verhaal, doch een vijftal Britse vrienden, die erdoor gefascineerd waren en de film telkens weer willen ondergaan, begonnen er bij een zesde voorstelling steeds meer van te begrijpen. Ik zelf kreeg het patroon als een logische gedachtengang binnen en vond en vind het nu ook zo vanzelfsprekend, dat ik me er steeds meer over verbaas, dat deze parallel eeuwenlang door niemand gezien schijnt te zijn. Het moest blijkbaar toegedekt worden tot de laatste helft van de 20e eeuw, waar alles in onstuur zou komen en waarin we dreigen te gaan lijden aan "toekomst-shock" (zie het gelijknamige boek van Alvin Toffier, Nederlandse uitgave Holkema, Warendorf, Bussum). Nu ziet het er echter naar uit of de tijd gaat rijp worden, dat het Licht begint te stralen over het principe, dat een Bijbelse naam, een zoon van Jacob (een van een twaalfvoudige cirkel, die het getal van de aardse vervolmaking symboliseert en die overal in de kosmos teruggevonden kan worden) woord voor woord en betekenis voor betekenis in al zijn Hebreeuwse vertakkingen, gelegd kan worden langs het karakter, de geschiedenis, de cultuur, de geografie en zelfs de taal van een volk, de ziel en de geest van een volk rond de Noordzee. Dit wordt een inzicht, dat verband houdt met de twee stammen der Joden, maar in feite om hun verloren broeders gaat en dat op verrassende wijze staaft, hoe er nog een ander "Israel in het Westen" is, in de vorm van tien verloren verwanten.

In deze wondere parallel tussen Zebulun en Holland worden geest en stof of de psychische en fysieke wereld weer tot een eenheid gebracht, een spiritueel Israël is het letterlijk Israël. Als zodanig is deze studie maar een begin en zo zal zeker de lamp met het licht, dat het eerst op Zebulun in Holland wordt geworpen, overgenomen worden door anderen met soortgelijke studies voor het buitenland.

Men behoeft de film niet gezien te hebben om het boek met vrucht te kunnen lezen. Aan de andere kant zult U de diepere betekenis van de film beter kunnen verstaah door de lezing van dit deel I, waarin veel verder wordt gegaan dan de film kan aangeven. Het filmscript, dat wij als team samenstelden, is op de Engelse versie van het hierna volgende eerste deel geïnspireerd.

Hen, die zich speciaal voor de totstandkoming van de film interesseren, zij primair naar het tweede deel van dit werkje verwezen.  Aan wie dit boekje slechts doorbladert vanwege de kleurenfoto's, wil ik graag even zeggen, dat alle behalve vier hierin afgedrukte kleurenfoto's oorspronkelijk als dia's door mijzelf genomen werden met een eenvoudige Kodak-Instamatic 224 (die zelfs een imbeciel bedienen kan), terwijl Derek Bray, onze cameraman, ondertussen bezig was zijn ingewikkelde Bolex-camera op te zetten en voorbereidingen trof voor het schieten van de film, daarbij geassisteerd door Wally Grimme, die, van alle markten thuis, onze chauffeur in het rechtse verkeer was, en die als gediplomeerd worstelaar ons team zelfs symbolisch verdedigde. Nog welbedankt, Wally!  Het was leerzaam voor de ontwikkeling van het eigen fotografisch oog om een paar weken met een professionele filmer het eigen land door te trekken en dankzij zijn onuitgesproken lessen, kunt U ons land nog weer eens van een andere belichtingshoek ondergaan. Wat kan Nederland nog ontroerend schoon zijn!  Dank ook hierin vooral nog eens aan de Heer G. J. C. van Esch en de Grafische Bedrijven P4 in het algemeen, die - hoe Zebulunitisch - in lichtdruk gespecialiseerd zijn en met hun moderne offset mijn doodgewone dia's opwerkten tot kleurenfoto's van een veel betere kwaliteit.

Het Oudheidkundig Museum in Leiden dank ik voor hun toestemming om hun dia van het schip, dat de Nehalennia-overblijfselen in de Schelde opviste, te reproduceren en de Heer A. Dingjan uit Den Haag zij vermeld als de fotograaf van de Walcherse sieraden, die voor een deel erfstukken van mijn grootmoeder zijn. Tenslotte heeft Hannie van der Meer, die van het begin af grote belangstelling voor dit project aan de dag legde, de foto van de Huizen van Bossu in Hoorn genomen en vereeuwigde Willem Koppejan, mijn echtvriend, het gehele filmteam in de Middelburgse Abdij.

Hem, Willem A. Koppejan, dank ik meer dan enig ander mens voor het stimuleren van dit onderzoek, zoals U in het eerste hoofdstuk nader kunt lezen, voor zijn vaak onzichtbare leidende hand achter de film, voor zijn nooit falende bemoediging, tot het zetten van koffie toe, tijdens het schrijven van dit boekje, waaraan hij overigens alleen voor zover het de correcties betrof zijn feitelijke medewerking verleende. Voor het overige is de inhoud en de stijl geheel alleen voor rekening van mijzelf.  Het oorspronkelijke ontwerp voor de omslag en de oriëntatie-kaart zijn echter wel door hem vervaardigd.

De eerste versie van het filmscript werd door mij rond Kerstmis 1969, dus nog vóór het Engelse boekje, geschreven, doch dit werd later ingrijpend veranderd door het team en wel het meest door Derek Bray, die scriptschrijver van beroep is.  Hij werd dan ook de ware vader van de film.  Gedurende achttien maanden werkte hij er met tussenpozen aan en niemand dan zijn Schepper weet hoeveel ongezien werk en biddende gedachten deze Engelsman aan dit Nederlandse project heeft gegeven, waar hij met een verrassende toewijding aan gewerkt heeft. De kaarten aan de binnenzijde van de omslag zijn schetsen, die hij voor de film gebruikte. Hij was de goede man op de juiste plaats en zo kwam Freddy Albeck ook precies op het goede moment, voorjaar 1970, achteraf toevallig het enige jaar, dat hij vrij was. Nu zou het menselijkerwijs onmogelijk zijn.  Zonder Freddy, de in ons land welbekende lange Deen, met zijn groot en warm hart en zijn diepe genegenheid voor wat hij zelf "ons" land noemt, hetgeen echt op zijn gezicht te lezen staat in de film en niet gespeeld is, zonder deze eerlijke vriend van Nederland, van ons, hoe theoretisch en levenloos zou onze film geworden zijn!  En niet te vergeten, hoe zonder "muziek"!

Daarom droeg ik mijn boekje in het Engels aan Freddy, Derek en Willem op, maar voor de Nederlandse uitgave zou ik er nog een vierde hart bij willen voegen: het is ook opgedragen aan Niek Scheps, die er letterlijk muziek in zag!

Al deze vier mannen gaven hun professionele talenten aan dit project Pro Deo. Freddy Albeck wil ik hiervoor in de eerste plaats namens zijn Nederlandse vrienden dank zeggen, maar ook Derek Bray getroostte zich financiële offers.  Toch moet mij wel even, onder ons, van het hart, dat desondanks het maken van de film en het boekje in twee talen zeer grote kosten met zich mee hebben gebracht, die tot nog toe uitsluitend door particulieren, vrienden en ons zelf, worden gedragen, en dat we geen enkele vorm van subsidie hebben genoten.  We doen het, omdat we geloven een reële boodschap te geven.  Als zodanig kozen we de vorm van een eenvoudige Stichting en noemden deze Real Israel Press, die geen ander doel heeft dan het "reëel Israël zijn" via de drukpers te laten uitdragen.  Het gironummer van deze Stichting is 511888 in Den Haag.  Giften voor dit project en voor verdere plannen worden in dank aanvaard.

Op de eerste bladzijde van dit boekje ziet U het uithangbord van de Real Israel Press (Charity Foundation) in Engeland afgebeeld.  Het was het ontwerp van mijn man en stelt de leeuw van Juda voor met een rood-wit-blauw schild, met daarop het symbool van Zebulun, het schip, getekend in een lijn op de wijze van Jan van de Velde de Oude, en daaronder "Zebulun-Hove".  Dit woord "hove" bestaat nog in het Engels, niet alleen als de verleden tijd van "opheffen", maar ook als hoger gelegen tuin, nog verwant aan ons woord hof en hovenier.  Het was daar, op Brits grondgebied, dat boek en film hun beslag kregen, en bij het dankbaar gedenken van allen, die ons niet nader genoemd hielpen, wendt het hart zich in dankbaarheid tot de Hovenier, die het Licht en de wasdom geeft, die ons hoedt en ons als Zijn instrumenten wil gebruiken. Ook ons kan Hij verschijnen in het kleed van Hovenier (Johannes 22: 15) in het land van Zebulun's Hof, vanwaar voorzegd is, dat het Licht zich het eerst zal verspreiden.  Moge het zo zijn, om te tonen hoe het onkruid te wieden in ons land en daarna vóór te lichten hoe Holland-Zebulun een erfdeel is van de twaalf stammen en gronden van Israël
...En zo kwam het er dan.

December 1971,
De Leeuwenkuil, Nieboerweg 216, Den Haag.

Helene W. van Woelderen
Soc.Psych Drs.