Inleiding
Wondere Parallel

Mijn kennismaking met de Engelse versie van de film "Strange Parallel" (Wondere Parallel) op 2 augustus 1971 in een proefstudio in Amsterdam, zal ik niet licht vergeten. De schrijfster van dit boek, haar man Willem Koppejan en de cineast Derek Bray aanschouwden hun (toen nog niet geheel voltooide) geesteskind nl. ook voor het eerst, uiteraard met plankenkoorts en kloppende harten! Natuurlijk ontdekten de drie makers van de film zelf nog allerlei onvolkomenheden, maar ik was in ieder geval terstond overrompeld, toen ik tijdens de vertoning de geestdrift proefde, waarmee zij deze originele en unieke rolprent hadden geschreven, geregisseerd, gefilmd en gemonteerd. Het was zonder meer: vakwerk. Beelden en commentaar leken mij volop in staat zelfs de meest onverschillige toeschouwer op zijn minst aan het denken te zetten, juist vanwege de duidelijkheid en de vaart, waarmee de "boodschap" van de film voor oog en oor ontrolt.

Sinds plm. 1957 was ik op het spoor van de Nederlandse Zebulon-identiteit gekomen en zocht reeds druk naar verdere bevestigingen hiervan in Bijbel en historie. Dat de mij toen geheel onbekende "Helona" van Woelderen (Helon was Zebulons zoon!) met dit onderwerp in diezelfde tijd zo mogelijk nog enthousiaster bezig was, zou ik pas later ontdekken. Van 1962 af hebben wij van tijd tot tijd een grotendeels eenstemmig Zebulon-geluid laten horen in het maandblad "Een Nieuw Geluid", maar al deze klanken werden, zowel in kleurige beelden als welluidende decibels, verre overtroffen, door de wijze, waarop Helona nu met haar film - waarop dit boek aansluit - Zebulons "werversstaf" blijkt te hanteren (zie Richt.5:14, Nieuwe Vertaling)!

Wie de Bijbel objectief leest en bereid is hieraan groot gezag toe te kennen, zal ontdekken, dat de profetieën van Jakob en Mozes over de verschillende stammen Israëls, vrijwel alleen aanwijsbaar vervuld zijn bij de stam Juda. Efraïms eerstgeboorterecht en zijn bestemming om uit te groeien tot een verzameling van volken, kwamen in Bijbelse tijd bij deze stam op geen enkele wijze tot uiting.

Evenzo Zebulon! De voorzeggingen betreffende deze Israëlprovincie roepen alle een zee-sfeer op: havens, schepen, tochten, visserij, schatten van de zeebodem enz. enz. Maar Joz. 19: 10-16 en 17: 7, 10 (her "aardrijkskundeboek van de 12 provinciën") maken duidelijk, dat Aser en Manasse onze stam van de grote zee afsloten, hetgeen vele Bijbelkenners reeds sterk verwonderd heeft. Achteraf blijkt niets in de Schrift ons te verhinderen de vervullingen van dergelijke profetie~n in latere tijden te zoeken, dus na het verdwijnen van het "Huis Israëls" in de z.g. Assyrische ballingschap, waaruit zij nooit terugkeerden. Verdere studie bracht aan het licht, dat deze stammen vanuit het verbanningsoord aan de Kaspische Zee (zie 2 Kon. 17: 6), later door de "woestijn der volken" naar een nieuwe "bestelde plaats" in het Noorden en Westen zijn getrokken en de "kustlanden der zee" bereikt hebben.

Deze wijze van uitleg vindt ook alle steun van uit de gegevens van de volksverhuizingen. Resultaat van dit alles: in de gehele geschiedenis is geen natie te vinden, die in haar nationaal gedrag duidelijker de Zebulon-voorzeggingen vervuld heeft dan het Lage Land aan de Noordzee: Ons havenrijke vaderland met zijn zeevaart en tochten over de gehele wereld, en het droogleggen van meren en delen van de zee, waarvan nu de "verborgen schatten van strand" (Deut. 33: 19) als rijke landbouwopbrengsten worden geoogst, - dit alles, (en nog veel meer) wijst maar in een richting: Nederland-Zebulon!

Dat deze stam in de duistere tijden, die over de aarde zullen komen tegen de komst van de Messias, een geheel onverdiende bevoorrechte plaats zal mogen innemen, is een fascinerende gedachte, die de laatste jaren bij velen is gaan leven. Zebulon zou "de volken tot de berg roepen" (d.w.z. terug tot God). Wie een dergelijke taak krijgt, moet zelf eerst de weg tot God gevonden hebben... Ergens moet er een verband liggen tussen het "licht in de kustlanden" van Jes. 24: 14 e.v. en "het volk, dat in duisternis wandelt, en een groot licht zal zien" (Jes. 9), waarbij Zebulon wordt genoemd. Op het vroegere grondgebied van de stam Zebulon - Galilea - begon dat Licht te schijnen (Matth. 4:13, 15, 16), dat zich bij de tweede komst van de Messias in nog grotere glans zal vertonen aan het volk, dat daar eens woonde, en nu ons "kustland" bevolkt.

Veel Nederlanders hebben dit onbewust sinds lang geweten! Zo b.v. de bekende Joodse Nederlander Isaäk da Costa, toen hij dichtte:

"0, Nederland, gij zult eens weer
Het Israël van het Westen worden
God zal uw kerk met Licht omgorden,
Uw koningen met Davits eer".

"Wondere Parallel" - boek en film - is een goede bijdrage tot een beter begrip van deze blijde, onverdiende toekomstverwachting.

Evert Smit